Uitspraak
Jeugdbescherming Regio Amsterdam, hierna te noemen de GI.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot machtiging uithuisplaatsing van een minderjarige die momenteel verblijft in een gesloten jeugdzorginstelling. De kinderrechter houdt rekening met een eerdere beschikking waarbij de minderjarige onder toezicht werd gesteld en een machtiging voor gesloten jeugdhulp werd verleend tot 9 juni 2025.
Tijdens de zitting op 3 juni 2025 is het verzoek gewijzigd van opname in gesloten jeugdhulp naar uithuisplaatsing in een accommodatie. De Raad stelt dat de noodzakelijke hulp, met name diagnostiek en behandeling, in de gesloten setting niet kan worden geboden. De minderjarige heeft wel baat gehad bij de structuur en PMT-therapie, maar verdere noodzakelijke hulp ontbreekt.
De gecertificeerde instelling en betrokken hulpverleners bevestigen dat er een plek beschikbaar is bij een andere jeugdhulpaanbieder waar diagnostiek en behandeling kunnen worden gestart. De minderjarige zelf en zijn advocaat onderschrijven het plan en tonen motivatie om terug naar huis te kunnen. De kinderrechter oordeelt dat voortzetting van de gesloten plaatsing niet proportioneel is en wijst het gewijzigde verzoek toe, met een machtiging tot uithuisplaatsing van 9 juni 2025 tot 9 april 2026.
Uitkomst: Verzoek tot machtiging uithuisplaatsing wordt toegewezen voor verblijf in een accommodatie van 9 juni 2025 tot 9 april 2026.