Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
€ 87.000,00 aan schadevergoeding gevorderd, omdat naar zijn mening een deel van de werkzaamheden niet goed was uitgevoerd (hierna: de eerste procedure). [eiser] en [naam 1] hebben op de zitting in de eerste procedure op 8 februari 2024 ter beëindiging van hun geschil een regeling getroffen, die is opgesteld en ondertekend ten overstaan van de rechter en vastgelegd in een proces-verbaal (hierna: de vaststellingsovereenkomst).
4.De beoordeling
mr. W.B. Fonville, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2025.