De zaak betreft een geschil tussen voormalige partners die samen vier kinderen hebben en gezamenlijk contractuele medehuurders zijn van een woning. Na het beëindigen van hun affectieve relatie verliet de vader de woning, waarna beiden vorderden dat de ander de huur niet langer zou voortzetten. De kantonrechter oordeelt dat de moeder het huurrecht toekomt, mede omdat zij het grootste aandeel in de zorg voor de kinderen heeft en de huur kan betalen, terwijl de vader over alternatieve woonruimte bij zijn ouders beschikt.
Eerder was in kort geding reeds bepaald dat de moeder met uitsluiting van de vader gerechtigd was tot het gebruik van de woning. De voorlopige zorgregeling bepaalt dat de kinderen grotendeels bij de moeder verblijven, wat aansluit bij het belang van stabiliteit voor de kinderen gezien hun school en buitenschoolse activiteiten in de buurt.
De vader vorderde tevens de afgifte van poststukken aan het Buurtteam, hetgeen de kantonrechter toewijst onder oplegging van een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.