ECLI:NL:RBAMS:2025:4073
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling aflossing hoofdelijke hypothecaire lening tussen schuldenaren
Op 4 mei 1994 sloten eiser en gedaagde een hypothecaire lening af van 207.500 gulden met hoofdelijke aansprakelijkheid. In een notariële akte van augustus 1994 werd vastgelegd dat gedaagde 100.000 gulden van de schuld op zich nam (48,19%) en eiser de rest (51,81%).
In 2015 bepaalde de kantonrechter dat eiser 68% en gedaagde 32% van het pand gebruikte en dat zij de kosten naar rato moesten dragen. In 2024 liep de lening af en werd het openstaande bedrag afgelost, waarbij eiser aanvankelijk de helft betaalde en gedaagde 32%, gevolgd door een aanvullende betaling van eiser.
Eiser vorderde betaling van het verschil uitgaande van gelijke verdeling, maar de rechtbank oordeelde dat de oorspronkelijke schuldverdeling uit 1994 leidend is. Hierdoor heeft eiser € 15.244,40 te veel betaald. Ook werd buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen aan eiser. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 15.244,40 plus rente en kosten aan eiser.