ECLI:NL:RBAMS:2025:4426
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde betaling na foutieve schadenota
In deze zaak staat centraal of een bedrag van €15.146,95 dat Howden aan Emergo heeft betaald onverschuldigd was. Howden had op 2 januari 2023 aangekondigd dat vier nota’s met dat totaalbedrag zouden worden tegengeboekt tegen een correctienota. Hoewel de correctienota als "schadenota" was aangeduid, stond erin dat het bedrag alleen zou worden uitgekeerd indien er geen openstaande facturen waren. Omdat er wel openstaande facturen waren, was de betaling onverschuldigd.
Emergo stelde zich op het standpunt dat sprake was van rechtsverwerking, omdat Howden op 1 februari 2023 bevestigde dat het dossier financieel was afgewikkeld. De kantonrechter oordeelde echter dat dit geen rechtsverwerking opleverde, omdat niet aannemelijk was dat Howden bekend was met de foutieve betaling en het recht om correcties aan te brengen had behouden.
Ook een beroep op verjaring werd verworpen, omdat de wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar voor onverschuldigde betaling nog niet was verstreken. De kantonrechter wees de vordering tot handelsrente af, omdat de vordering niet voortkwam uit een handelsovereenkomst maar uit de wet. Vanwege de trage terugvordering compenseerde de rechter de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
De rechtbank veroordeelde Emergo tot terugbetaling van het bedrag met wettelijke rente vanaf 5 augustus 2024, verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Emergo wordt veroordeeld tot terugbetaling van €15.145,95 met wettelijke rente vanaf 5 augustus 2024.