In deze strafzaak verzocht de advocaat van de benadeelde partij om afschrift dan wel kennisneming van de Pro Justitia rapportage betreffende verdachte. De rechtbank besprak dit verzoek na reacties van de officier van justitie en de raadsman van verdachte.
De advocaat stelde dat inzage in het rapport essentieel is voor de verwerking van de benadeelde partij, het uitoefenen van haar spreekrecht en het indienen van een schadeverzoek. De officier van justitie en de verdediging stelden dat verstrekking van het volledige rapport een te grote inbreuk op de privacy van verdachte vormt.
De rechtbank oordeelde dat de Pro Justitia rapportage een processtuk is en dat kennisneming relevant kan zijn voor de benadeelde partij. Daarom werd het verzoek tot kennisneming beperkt toegewezen voor het hoofdstuk waarin de deskundigen de vraagstelling beantwoorden. Het verzoek tot verstrekking van een afschrift van het rapport werd afgewezen vanwege het zwaarder wegende privacybelang van verdachte.
De beslissing is genomen door de rechtbank Amsterdam op 16 april 2025, waarbij de belangen van de benadeelde partij en de privacy van verdachte zorgvuldig zijn afgewogen.