De huurders van een appartement in Amsterdam vorderden dat het energielabel van hun woning per aanvang huurovereenkomst op C zou worden vastgesteld in plaats van B, en dat de huurprijs dienovereenkomstig zou worden aangepast. De woning, een tussenappartement uit 1906, was in 2016 geregistreerd met energielabel D en na verbouwing eind 2022/begin 2023 met label B. De huurcommissie oordeelde in december 2023 dat het energielabel B juist was en dat de huurprijs redelijk was.
De huurders stelden dat het trappenhuis, dat aan het appartement grenst, onjuist als verwarmde ruimte was beoordeeld, wat volgens hun deskundige leidde tot een te gunstig label B in plaats van C. Een derde-deskundige, gezamenlijk aangewezen, concludeerde echter dat het trappenhuis als verwarmde ruimte moet worden gezien vanwege isolatie van dak en vloer.
De huurders betwistten dit en verwezen naar werkzaamheden in december 2024 waarbij isolatiemateriaal zou zijn aangebracht, maar konden niet aantonen dat dit vóór de huurovereenkomst was. De kantonrechter oordeelde dat de huurders onvoldoende gemotiveerd hadden betwist dat het energielabel B correct was en wees hun vorderingen af. De huurders werden veroordeeld in de proceskosten.