Uitspraak
- aan de zijde van DAS: mr. [naam] , Manager Corporate Legal Affairs, en mr. R. Rozendal, advocaat, met mr. Oostwouder.
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker was sinds 2001 in dienst bij DAS en werkte na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd op basis van tijdelijke arbeidsovereenkomsten. Na vijf tijdelijke contracten, waarvan het laatste liep tot eind 2024, kreeg verzoeker te horen dat zijn contract niet zou worden verlengd. Kort daarna deed hij twee meldingen op grond van de klokkenluidersregeling.
Verzoeker stelde dat zijn arbeidsovereenkomst niet van rechtswege was geëindigd maar met wederzijds goedvinden, waardoor hij recht zou hebben op een transitievergoeding en billijke vergoeding wegens leeftijdsdiscriminatie en het niet verlengen van zijn contract vanwege de klokkenluidersmelding.
De rechtbank oordeelde dat de arbeidsovereenkomst door het bereiken van de pensioenleeftijd van rechtswege was geëindigd en dat de tijdelijke contracten na die datum rechtsgeldig waren. Er was geen sprake van leeftijdsdiscriminatie of een oorzakelijk verband met de klokkenluidersmelding, aangezien het besluit tot niet-verlenging al was genomen vóór de meldingen. De gevorderde vergoedingen werden afgewezen.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak werd mondeling gedaan door de kantonrechter op 16 juni 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst na pensioenleeftijd zonder leeftijdsdiscriminatie of verband met klokkenluidersmelding.