Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[eiser 2],
[eiser 3],
1.De procedure
2.De feiten
(…)”
4. Broncode
3.Het geschil
4.De beoordeling
“(…)In eerste instantie wordt gestart met de werken van fase 1. Fase 2 wordt gestart en betaald voor 31 december 2025”. Wat betreft de begrote vergoeding voor de gegeven opdracht volgt uit de Ontwikkelovereenkomst dat deze € 192.532,00 (voor fase 1 en 2) bedraagt. Op dat bedrag heeft DTT een korting van 10% toegepast op basis van (onder meer) de voorwaarde:
“(…)I Jullie gaan akkoord met afname van de volledige opdracht (…) II Deze opdracht wordt in 2 fases afgenomen (…)IV Fase 1 wordt direct afgenomen en fase 2 wordt afgenomen en volledig betaald uiterlijk 31 december 2025 (…)”. Vervolgens heeft [eiser] de facturen van DTT voldaan voor fase 1, waarbij het kortingspercentage van 10% is toegepast. Uit dit alles blijkt voldoende dat [eiser] DTT op voorhand opdracht heeft gegeven voor de uitvoering van de werkzaamheden van fase 1 en fase 2 en dat op basis daarvan een kortingspercentage is toegepast. Het standpunt van [eiser] dat een uitdrukkelijke opdracht voor het uitvoeren van de werkzaamheden in fase 2 nodig is, vindt geen steun in de Ontwikkelovereenkomst. Ook valt niet in te zien hoe dit zich zou verhouden met het reeds toegepaste kortingspercentage over fase 1. Dit standpunt is om die reden niet aannemelijk.