ECLI:NL:RBAMS:2025:5022

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 juli 2025
Publicatiedatum
16 juli 2025
Zaaknummer
C/13/752270 HA ZA 24-654
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering van Duitse branchevereniging voor hotels tegen Booking.com inzake mededingingsrechtelijke inbreuk door het Genius-programma

In deze zaak vordert de Duitse branchevereniging voor hotels, IHA, verklaringen voor recht dat het Genius-programma van Booking.com in strijd is met de mededingingsregels van de Europese Unie. De rechtbank Amsterdam heeft op 9 juli 2025 geoordeeld dat IHA niet-ontvankelijk is in haar vorderingen. De rechtbank oordeelt dat de ontvankelijkheid van IHA moet worden beoordeeld aan de hand van Nederlands recht, waarbij IHA niet voldoet aan de vereisten van artikel 3:302 en 3:303 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank stelt vast dat IHA geen eigen materieel belang heeft bij de vorderingen, aangezien de rechtsverhouding enkel tussen Booking.com en de accommodaties bestaat. De Duitse wetgeving die IHA een recht toekent om in mededingingszaken op te treden, verandert hier niets aan. De rechtbank verklaart IHA niet-ontvankelijk en veroordeelt haar in de proceskosten van Booking.com, die op € 2.094,00 zijn begroot. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/752270 / HA ZA 24-654
Vonnis van 9 juli 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
HOTELVERBAND DEUTSCHLAND E.V,
gevestigd te Berlijn (Duitsland),
eiseres,
hierna te noemen: IHA,
advocaat: mr. H.C.E.P.J. Janssen,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOOKING.COM HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOOKING.COM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagden,
hierna samen te noemen: Booking.com,
advocaat: mr. J.K. de Pree.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 7 juni 2024, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 11 december 2024, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 juni 2025 en de daarin genoemde processtukken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
IHA is een branchevereniging van hotels die in Duitsland actief zijn. Zij heeft ongeveer 1.650 leden en dat zijn individuele, coöperatieve en/of ketenhotels. Volgens de Nederlandse vertaling van haar statuten is haar doel (voor zover relevant):
“(a) het beschermen en bevorderen van de gemeenschappelijke sectorale belangen van de hotel- en accommodatiesector in Duitsland, in het bijzonder die van haar leden, op federaal niveau, in de Europese Unie en internationaal;
(b) haar leden te infomeren en te vertegenwoordigen in alle aangelegenheden die voor de branche van belang zijn (…)”.
2.2.
Booking.com is een
online travel agent(hierna: OTA). Zij beheert het gelijknamige online boekingsplatform, waarop accommodaties zich aan reizigers kunnen aanbieden. Als een reiziger een boeking maakt bij een accommodatie, dan betaalt die accommodatie op basis van de tussen haar en Booking.com gesloten
partner agreementeen percentage van de kamerprijs als commissie aan Booking.com.
2.3.
Sinds 2013 hanteert Booking.com het Genius-programma. Elke reiziger die een account aanmaakt op het platform van Booking.com neemt automatisch deel aan het Genius-programma met Genius-Level 1. Genius Level-2 wordt bereikt na het voltooien van vijf boekingen in een periode van twee jaar. Genius Level-3 wordt bereikt na het voltooien van vijftien boekingen in twee jaar. Indien eenmaal het betreffende Genius-Level is bereikt, behoudt de reiziger dat voor altijd, ongeacht zijn boekingsgedrag nadien.
2.4.
De kortingen en voordelen waarvoor reizigers met een bepaald Genius-Level in
aanmerking komen zijn in onderstaand schema weergegeven.
2.5.
Accommodaties kunnen meedoen aan het Genius-programma als zij minimaal drie beoordelingen van reizigers hebben en daaruit een gemiddelde beoordelingsscore van 7,5 volgt. Daarnaast moeten de “
Algemeine Geschäftsbedingungen Genius-Programm” geaccepteerd worden. Hierin staan als voordelen van deelname vermeld (i) extra zichtbaarheid in zoekresultaten op het platform van Booking.com, (ii) een “Genius-dag” op het platform van Booking.com, (iii) toegang tot Genius-klanten en (iv) diverse flexibele extra’s zoals extra manieren voor de accommodatie om meer klanten aan te trekken.
2.6.
Ook staan in de
“Algemeine Geschäftsbedingungen Genius-Programm” verplichtingen voor de accommodatie die aan het Genius-programma meedoen, namelijk:
  • a) haar hoofdkamer(s) aan te bieden op het platform van Booking.com en
  • b) een korting van minimaal 10% te geven op de prijzen van die hoofdkamer(s) als die door een reiziger met een Genius-Level worden geboekt.
2.7.
Als een accommodatie meedoet aan het Genius-programma dan kan zij als volgt de door haar te verlenen korting beheren:
2.8.
In juli 2023 heeft IHA per e-mail aan Booking.com bericht dat zij meent dat Booking.com met het Genius-programma inbreuk maakt op het verbod op misbruik van een economische machtspositie en haar gesommeerd met het Genius-programma te stoppen. Booking.com heeft in haar reactie de gestelde inbreuk betwist. Aan de sommatie is dan ook geen gehoor gegeven door Booking.com.

3.Het geschil

3.1.
IHA vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
- voor recht verklaart dat Booking c.s. met het gebruik van het Genius-programma inbreuk maakt op artikel 19 lid 1 Gesetz gegen Wettbewerbsbeschränkungen (hierna: GWB) en/of artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU),
- Booking c.s. veroordeelt binnen vier weken het gebruik van het Genius-programma op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom en
- Booking c.s. veroordeelt in de kosten van dit geding
3.2.
IHA stelt dat Booking.com een economische machtspositie heeft op de hotelportaalmarkt en daar met het Genius-programma misbruik van maakt. Dit programma versterkt de aanzuigende werking van het platform van Booking.com ten koste van zowel andere online platformen als van de hotels en stelt Booking.com in staat de reiziger “gevangen te nemen” (“
locked in”). Hierdoor zullen de hotels uiteindelijk geen andere keuze hebben dan de voorwaarden van Booking.com te accepteren. Het Genius-programma heeft tot doel en tot gevolg dat de eigen (en beter renderende) rechtstreekse verkoop van het hotel wordt beperkt en uiteindelijk wordt verdrongen, omdat zij het aanbod via het portaal van Booking.com niet kunnen matchen. Om hun zichtbaarheid op het platform van Booking.com te verbeteren zijn de hotels genoodzaakt om mee te doen aan het Genius-programma. Deze verbeterde zichtbaarheid en de kortingen van het Genius-programma zorgen ervoor dat de concurrentie tussen hotels die wel en die niet aan het Genius-programma meedoen, wordt vervalst. Dit betekent volgens IHA dat het Genius-programma de mededinging beperkt tussen OTA’s, tussen Booking.com en de hotels en tussen de hotels die wel en de hotels die niet meedoen aan het Genius-programma.
3.3.
Booking.com voert verweer. Booking.com betwist kort gezegd dat het Genius-programma inbreuk maakt op het mededingingsrecht en stelt dat IHA niet-ontvankelijk is in haar vorderingen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Internationale rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Er is sprake van een procedure met internationale aspecten; IHA is in Duitsland gevestigd en Booking.com in Nederland. De vraag naar de rechtsmacht, dat wil zeggen of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen, moet worden beoordeeld aan de hand van de Verordening Brussel I-bis. [1] Deze verordening is van toepassing, zowel materieel, formeel als temporeel. Het geschil betreft een burgerlijke handelszaak, de partijen zijn gevestigd op het grondgebied van een lidstaat, namelijk Nederland en Duitsland, en het gaat om rechtsvorderingen die zijn ingesteld na 10 januari 2015. De hoofdregel van artikel 4 Verordening Brussel I-bis schept bevoegdheid voor deze rechtbank, omdat de gedaagden gevestigd zijn in Nederland.
4.2.
Uit artikel 10:3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) volgt dat over de wijze van procederen ten overstaan van de Nederlandse rechter het Nederlandse recht van toepassing is.
4.3.
Artikel 6 lid 3 sub a van de Rome II-verordening [2] bepaalt dat de niet-contractuele verbintenis die uit een beperking van de mededinging voortvloeit, wordt beheerst door het recht van het land waarvan de markt beïnvloed wordt of waarschijnlijk beïnvloed wordt. Tussen partijen is niet in geschil dat dat in dit geval Duitsland is en dat dus Duits recht van toepassing is op de vorderingen.
IHA is niet-ontvankelijk
4.4.
Als meest verstrekkende verweer heeft Booking.com aangevoerd dat IHA niet ontvankelijk is in haar vorderingen. Dit verweer slaagt. Ter toelichting geldt het volgende.
4.5.
De vraag of IHA ontvankelijk is in haar vorderingen is naar Nederlands internationaal privaatrecht een vraag van procesrecht en moet dus naar Nederlands recht worden beantwoord (zie 4.2). Uitgangspunt is dat de eisende partij (i) zelf onmiddellijk betrokken moet zijn bij de gestelde rechtsverhouding waarover de gevorderde verklaring van recht gaat (artikel 3:302 BW) en (ii) een voldoende eigen belang bij de procedure en de ingestelde vorderingen moet hebben (artikel 3:303 BW).
4.6.
IHA heeft in dit kader aangevoerd dat de vorderingen worden beheerst door Duits recht en dat Duits recht bepaalt dat zij als belangenvereniging een eigen recht heeft om die vorderingen in te stellen. Zij beroept zich op artikel 33 GWB – de Duitse mededingingswet – en meer in het bijzonder op lid 4 daarvan waarin staat (vertaald naar het Nederlands):
“(1) Eenieder die een bepaling van dit deel of van artikel 101 of 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of van de artikelen 5, 6 of 7 van Verordening (EU) nr. 2022/1925 (inbreukmaker) schendt (…) is verplicht de inbreuk ongedaan te maken en, indien er een risico op herhaling bestaat, te staken en gestaakt te houden.
(…)
(4) De vorderingen uit hoofde van lid 1 kunnen ook worden ingesteld door:
(1) verenigingen met rechtsbevoegdheid ter behartiging van zakelijke of zelfstandige groepsbelangen indien:
(a) zij een aanzienlijk aantal getroffen ondernemingen (…) vertegenwoordigen en
(b) zij in staat zijn, met name wat hun personele, materiële en financiële middelen betreft, om hun statutaire taken bestaande in de behartiging van zakelijke of zelfstandige beroepsbelangen daadwerkelijk te vervullen.
Deze bepaling behelst een materiele bevoegdheid voor IHA om de onderhavige vorderingen in te stellen en daarmee is haar eigen belang daarbij gegeven, aldus IHA.
4.7.
Anders dan IHA meent, is de vraag of een partij een voldoende eigen belang bij een vordering heeft naar het toepasselijke Nederlandse procesrecht een feitelijke vraag. Vast staat dat IHA niet rechtstreeks betrokken is bij de rechtsverhouding waarover zij een verklaring voor recht vordert. Die rechtsverhouding bestaat immers slechts tussen Booking.com en een accommodatie. Een eigen materieel belang van IHA bij haar vorderingen ontbreekt daarom. Dat IHA door de Duitse wetgever een recht is toegekend om in mededingingsrechtelijke kwesties een eigen vordering in te stellen, ongeacht dat het materiële belang bij die vordering bij haar leden ligt, maakt dat niet anders. Dat geldt ook als IHA zou worden gevolgd in haar stelling – die door Booking.com wordt betwist – dat dit door de Duitse wetgever toegekende recht een eigen, subjectief recht betreft. De ontvankelijkheid van IHA dient immers naar Nederlands recht te worden beoordeeld en naar Nederlands recht bestaat die bevoegdheid niet. De enige mogelijkheid om in Nederland als vereniging een eigen vordering in te stellen die ziet op een rechtsverhouding waarbij zij zelf geen onmiddellijke betrokkenheid heeft, is via de weg van de collectieve actie (vgl. artikel 3:305a BW in haar opeenvolgende varianten). Dit heeft IHA gelet op haar toelichting op de mondelinge behandeling uitdrukkelijk niet (meer) willen doen. Als IHA dan toch in haar vorderingen zou worden ontvangen, zouden de waarborgen die niet voor niets aan het instellen van een collectieve actie zijn verbonden op een ongeoorloofde wijze worden omzeild. Dit betekent dat IHA niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vorderingen.
4.8.
IHA zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van Booking.com worden begroot op:
- griffierecht
688,00
- salaris advocaat
1.228,00
(2 punten × € 614,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.094,00
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
verklaart IHA niet-ontvankelijk in haar vorderingen,
5.2.
veroordeelt IHA in de proceskosten van Booking.com van € 2.094,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als IHA niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt IHA tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Singeling, mr. R.A. Dudok van Heel en mr. B.M. Visser en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking)
2.Verordening (EU) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet contractuele verbintenissen