ECLI:NL:RBAMS:2025:5071
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende vaststelling schuldenlast
De rechtbank Amsterdam heeft op 17 juli 2025 het verzoek van een schuldenaar tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen. Het verzoek volgde op een eerder faillissementsverzoek van Rabobank, die tevens bezwaar maakte tegen toelating tot de regeling.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende duidelijkheid bestaat over de totale omvang van de schuldenlast. De schuldenaar gaf een bedrag van circa €2,7 miljoen op, maar Rabobank stelde dat deze veel hoger zal zijn vanwege vorderingen uit hoofde van onrechtmatige daad en mogelijke strafrechtelijke aansprakelijkheid. De schuldenaar was bestuurder van een gefailleerde vennootschap die een grote financiering had ontvangen, waarbij sprake zou zijn van misleiding en valsheid in geschrifte.
Omdat niet kan worden uitgesloten dat de schuldenlast fors toeneemt en de goede trouw van de schuldenaar onvoldoende aannemelijk is, wees de rechtbank het verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro. De schuldenaar heeft acht dagen om hoger beroep in te stellen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende vaststelling van de schuldenlast en twijfel over goede trouw.