Op 13 mei 2025 heeft de rechtbank Amsterdam de overlevering van een opgeëiste persoon aan Polen toegestaan voor de uitvoering van een resterende gevangenisstraf van 7 maanden en 18 dagen. De opgeëiste persoon is in Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens diefstal in vereniging en heeft hiertegen hoger beroep ingesteld, waarvan de zittingsdatum nog onbekend is.
De raadsman van de opgeëiste persoon verzocht om uitstel van de feitelijke overlevering omdat de lopende strafzaak in Nederland niet binnen de wettelijke termijn van tien dagen na de uitspraak kon worden afgerond. De officier van justitie was tegen uitstel.
De rechtbank heeft na afweging geoordeeld dat het belang van de overlevering zwaarder weegt dan het belang van de opgeëiste persoon om aanwezig te zijn bij de Nederlandse strafprocedure. Daarbij speelde mee dat de duur van de Nederlandse straf niet in verhouding staat tot de resterende straf in Polen en dat er nog geen zittingsdatum voor het hoger beroep bekend was.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot uitstel van de feitelijke overlevering af en bepaalde dat de overlevering binnen de gestelde termijn kan plaatsvinden.