Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:5281

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 april 2025
Publicatiedatum
21 juli 2025
Zaaknummer
13-042155-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek opschorting feitelijke overlevering wegens ernstige humanitaire omstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot opschorting van de feitelijke overlevering van een opgeëiste persoon aan de Bondsrepubliek Duitsland. De overlevering was op 15 april 2025 toegestaan, waarna de opgeëiste persoon op 18 april 2025 via zijn raadsvrouw een verzoek indiende om opschorting van de termijn voor feitelijke overlevering, op grond van artikel 35, derde lid, van de Overleveringswet (OLW). Dit verzoek was gebaseerd op de stelling dat de overlevering het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon ernstig in gevaar zou brengen.

De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat de termijn niet moest worden opgeschort. De rechtbank oordeelde dat er geen gegronde redenen waren om aan te nemen dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon ernstig in gevaar zou brengen. De gezondheidssituatie was na behandeling ter zitting niet gewijzigd en er was geen acuut gevaar vastgesteld.

Daarom wees de rechtbank het verzoek tot opschorting af en bepaalde dat de feitelijke overlevering binnen de termijn van artikel 35, eerste lid, OLW moet plaatsvinden. De beslissing werd genomen op 23 april 2025 door rechter A.J.R.M. Vermolen in aanwezigheid van griffier M. van Veen.

Uitkomst: Verzoek tot opschorting van de feitelijke overlevering is afgewezen wegens ontbreken van ernstig gevaar voor leven of gezondheid.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Internationale rechtshulpkamer

Parketnummer : 13-042155-25
Afwijzing verzoek opschorting feitelijke overlevering wegens ernstige humanitaire omstandigheden (artikel 35, derde lid, OLW)
De uitvaardigende justitiële autoriteit van Bondsrepubliek Duitsland heeft om overlevering verzocht van de opgeëiste persoon:

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres]
feitelijk verblijfsadres:
[verblijfadres] ,
Nu gedetineerd in [detentie-instelling] .
Raadsvrouw mr. M.J.R. Roethof (niet aanwezig).

Procedure

Op 15 april 2025 is de overlevering aan Bondsrepubliek Duitsland van de opgeëiste persoon toegestaan.
Dat betekent dat hij ingevolge artikel 35, eerste lid, OLW niet later dan 10 dagen na de uitspraak feitelijk moet worden overgeleverd.
De opgeëiste persoon heeft op grond van artikel 35, derde lid, OLW op 18 april 2025 via zijn raadsvrouw verzocht om deze termijn op te schorten omdat er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon (ernstig) in gevaar zou brengen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, hoewel verzocht door de opgeëiste persoon, de termijn voor de feitelijke overlevering niet moet worden opgeschort.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van de opgeëiste persoon geen gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon ernstig in gevaar zou brengen.
Uit hetgeen is aangevoerd door de officier van justitie blijkt dat de gezondheidssituatie van de opgeëiste persoon na de behandeling ter zitting niet is gewijzigd en dat er thans geen reden is om acuut gevaar voor de gezondheid aan te nemen.
Daarom zal de rechtbank de in artikel 35, eerste lid, OLW bedoelde termijn niet opschorten.

Beslissing

De rechtbank:

WIJST AF het verzoek ex artikel 35, derde lid, OLW.

Deze beslissing is genomen op 23 april 2025 door
mr. A.J.R.M. Vermolen, rechter,
en in tegenwoordigheid van M. van Veen, griffier.