ECLI:NL:RBAMS:2025:5369

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 juli 2025
Publicatiedatum
23 juli 2025
Zaaknummer
10701583 \ CV EXPL 23-12530
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 RvTitel 2A Boek 7 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering Billink wegens niet-naleving informatieplicht en consumentenbescherming

In deze civiele procedure vordert Billink B.V. betaling van een gedaagde die niet is verschenen. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst aan het consumentenrecht omdat de gedaagde consumentenbescherming toekomt. Billink werd verzocht om de wettelijke informatieplichten na te leven en relevante stukken te overleggen, waaronder de algemene voorwaarden en informatie over de uitgestelde betaling.

Billink heeft nagelaten de akte aan de gedaagde toe te sturen en de gevraagde informatie te verstrekken, waardoor de akte buiten beschouwing blijft. Hierdoor kon de kantonrechter niet toetsen aan het consumentenrecht en oordeelde dat Billink niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Dit leidt tot afwijzing van de vordering.

Zelfs als de akte wel was betrokken, had Billink onvoldoende informatie verstrekt om het standpunt te onderbouwen dat de gedaagde als ondernemer handelde en dat consumentenbescherming niet van toepassing zou zijn. De kantonrechter verwijst naar eerdere overwegingen en jurisprudentie van de Hoge Raad die het standpunt van Billink verwerpt.

Billink wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gedaagde nihil zijn begroot. Het vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en op 11 juli 2025 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vordering van Billink wordt afgewezen wegens niet-naleving van informatieplicht en onvoldoende onderbouwing van het standpunt dat de gedaagde als ondernemer handelde.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10701583 \ CV EXPL 23-12530
Vonnis van 11 juli 2025
in de zaak van
BILLINK B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Billink,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
handelend onder de naam [handelsnaam],
wonende en zaakdoende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 april 2025,
- de akte van Billink.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In voornoemd tussenvonnis is geoordeeld dat [gedaagde] consumentenbescherming toekomt en de kantonrechter daarom ambtshalve moet toetsen aan het consumentenrecht. Billink is in de gelegenheid gesteld gemotiveerd te stellen dat de wettelijke informatieplichten zijn nageleefd, de algemene voorwaarden in het geding te brengen, zich uit te laten over de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd en zich uit te laten over de uitgestelde betaling, een vorm van kredietverstrekking, en de toepasselijkheid van de bepalingen van Titel 2A van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Billink diende de akte aan [gedaagde] toe te sturen, op de in het tussenvonnis bepaalde wijze.
2.2.
Gesteld noch gebleken is dat Billink heeft voldaan aan de instructie om de akte aan [gedaagde] toe te sturen en [gedaagde] in de gelegenheid te stellen op de akte te reageren. Het gevolg daarvan is dat de akte buiten beschouwing wordt gelaten, zoals reeds aangekondigd in het tussenvonnis.
2.3.
Nu Billink, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet de gevraagde informatie heeft verstrekt in verband met het ambtshalve uit te voeren onderzoek van de kantonrechter, kan niet worden getoetst aan het consumentenrecht. Billink heeft de voor de beoordeling van belang zijnde feiten dan ook niet volledig aangevoerd en daarmee niet voldaan aan haar stelplicht. Dat leidt tot afwijzing van de vordering.
2.4.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter als volgt.
2.5.
Ook als de akte niet buiten beschouwing zou zijn gelaten, heeft Billink de gevraagde informatie en stukken niet verstrekt. Billink herhaalt slechts haar eerdere standpunt dat het voor haar niet is na te gaan wat de bedoeling is van kopers die ervoor kiezen om de goederen te bestellen in de hoedanigheid van ondernemer. [gedaagde] moet volgens Billink niet als consument worden aangemerkt, omdat zij willens en wetens heeft gekozen voor het plaatsen van een bestelling in de hoedanigheid van ondernemer. Ambtshalve toetsing is daarom niet aan de orde. Het zou ook afbreuk doen aan de feitelijke gang van zaken. Bovendien zouden ondernemers geen relatiegeschenken of interieur meer kunnen kopen, voor zover dat afwijkt van de doorsnee bedrijfsinventaris. Billink verzoekt met een beroep op artikel 24 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te beslissen op de aangevoerde grondslag en anders expliciet te motiveren dat uit de wet anders voortvloeit, aldus – steeds - Billink.
2.6.
De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 18 april 2025 reeds uiteengezet waarom [gedaagde] onder de gegeven omstandigheden consumentenbescherming toekomt. Kortheidshalve wordt verwezen naar overwegingen 2.4 en 2.5 van dat tussenvonnis. Daarnaast wijst de kantonrechter op het arrest van de Hoge Raad van 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1800), rechtsoverweging 3.4.2. Daaruit volgt (eveneens) dat het standpunt van Billink niet opgaat.
2.7.
Billink wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt Billink in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2025.
991