Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
- een ABN Amro Bankrekening op naam van de vrouw: [rekeningnummer 1] ;
- een ING Bankrekening op naam van de vrouw: [rekeningnummer 2] ;
- een Knab Bankrekening op naam van de vrouw: [rekeningnummer 3] ;
- een Knab Bankrekening op naam van de vrouw: [rekeningnummer 4] ;
- een Knab Bankrekening op naam van de vrouw: [rekeningnummer 5] .
- de Tozo lening bij de [gemeente] ter hoogte van €3.819,29 op de peildatum;
- de schuld bij het UWV ter hoogte van €2.378,70 op de peildatum;
- diverse Belastingschulden ter hoogte van 1.465,- op de peildatum;
- de schuld voor kinderopvangkosten bij [kinderdagverblijf] ter hoogte van €728,73 op de peildatum;
- de schuld ten aanzien van de zorgkosten van de man ter hoogte van €365,05 op de peildatum.
- lening bij mevrouw [naam 1] ;
- lening bij [naam 4] ;
- schuld bij de [gemeente] in het kader van de Bbz-uitkering;
- schuld bij [naam 2] ;
- schuld bij mevrouw [naam 3] .
3.De beslissing
- de Dogecoin op naam van de vrouw, onder de verplichting de helft van de waarde aan de man te voldoen, zijnde €264,86,-;
- de activa van de eenmanszaak [naam eenmanszaak] , onder de verplichting de helft van de waarde aan de man te voldoen, zijnde €3.803,-;
- de inboedel, behoudens de goochelspullen, zonder nadere verrekening.
- de vordering op Endemol Nederland VOF, onder de verplichting de helft van de waarde aan de vrouw te voldoen, zijnde €461,03;
- de goochelspullen, zonder nadere verrekening;
- de passiva van de eenmanszaak [naam eenmanszaak] ter hoogte van €7.606,-;
- de Tozo lening bij de [gemeente] ter hoogte van €3.819,29;
- de schuld bij het UWV ter hoogte van €2.378,70;
- diverse Belastingschulden ter hoogte van €1.465,-;
- de schuld voor kinderopvangkosten bij [kinderdagverblijf] ter hoogte van €728,73;
- de schuld ten aanzien van de zorgkosten van de man ter hoogte van 365,05;
- de lening bij mevrouw [naam 1] ter hoogte van €2.510,-;
- de lening bij [naam 4] ter hoogte van €3.500,-;
- de schuld op de peildatum bij de gemeente in het kader van de Bbz-uitkering ter hoogte van €1.462,72;
- de schuld bij [naam 2] ;
- de schuld op de peildatum bij mevrouw [naam 3] ter hoogte van €9.000,-;