ECLI:NL:RBAMS:2025:5527
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding na ongeldig ontslag op staande voet
Werknemer trad op 5 februari 2024 opnieuw in dienst bij de werkgever onder toepassing van de Horeca-cao. Per 10 april 2025 meldde werknemer zich ziek wegens rugklachten. Op 2 mei 2025 werd werknemer met terugwerkende kracht op staande voet ontslagen, wat niet rechtsgeldig bleek. Werknemer verzocht vernietiging van het ontslag en doorbetaling van loon met wettelijke verhoging.
Tijdens de mondelinge behandeling op 21 juli 2025 erkende werkgever dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was gegeven en verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Werknemer erkende de verstoring, zonder dat hem een verwijt kon worden gemaakt, en herplaatsing bleek niet mogelijk.
De kantonrechter vernietigde het ontslag op staande voet en ontbond de arbeidsovereenkomst met ingang van 21 juli 2025. Werkgever werd veroordeeld tot betaling van 95% van het loon over de periode van 10 april tot en met 21 juli 2025, minus één wachtdag conform cao, en tot het verstrekken van een volledige en correcte eindafrekening. Het verzoek tot inschakeling van een bedrijfsarts werd afgewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Ontslag op staande voet vernietigd en arbeidsovereenkomst ontbonden wegens verstoorde arbeidsverhouding met loonbetaling en correcte eindafrekening.