De rechtbank Amsterdam heeft op 21 juli 2025 een beschikking gegeven in een zaak betreffende de voogdij over twee minderjarigen geboren in Suriname in 2011 en 2013. De ouders, die gezag dragen, zijn niet bereikbaar of beschikbaar, waardoor er een gezagsvacuüm is ontstaan. De minderjarigen verblijven momenteel bij een tante en haar echtgenoot in Nederland.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft de Jeugdbescherming regio Amsterdam (JBRA) belast met de voorlopige voogdij en verzocht de rechtbank JBRA definitief tot voogd te benoemen. De tante, hoewel woonachtig bij de minderjarigen, is niet verschenen en heeft zich niet verweerd tegen het verzoek.
De rechtbank acht het in het belang van de minderjarigen om een neutrale instantie aan te wijzen die de regie houdt over hun verzorging en opvoeding, mede gezien de niet-ideale thuissituatie en het ontbreken van contact met de ouders. JBRA heeft zich bereid verklaard de voogdij op zich te nemen.
Op grond van artikel 1:253r lid 1 sub b BW benoemt de rechtbank JBRA tot voogd over de minderjarigen, verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst overige verzoeken af. De beschikking is openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgelegd op 28 juli 2025.