De officier van justitie verzocht de rechtbank om een locatiegebod met elektronische monitoring toe te voegen aan de voorwaarden van een voorwaardelijk beëindigde PIJ-maatregel die aan de veroordeelde was opgelegd. Dit verzoek werd ondersteund door een advies van Inforsa, die stelde dat de veroordeelde lastig te begeleiden is, regelmatig hulpverlening vermijdt en zijn bijzondere voorwaarden niet altijd naleeft. Inforsa hoopte dat een locatiegebod met enkelband de veroordeelde zou motiveren om zich beter aan de voorwaarden te houden en een stabielere dagbesteding te vinden.
De rechtbank nam kennis van het advies en de standpunten van partijen tijdens een openbare raadkamer. Hoewel de rechtbank begrip had voor het advies en het belang van een zinvolle dagbesteding erkent, oordeelde zij dat het opleggen van een locatiegebod met elektronische monitoring in deze fase van de maatregel niet passend is. De maatregel zal binnen tweeënhalve maand onvoorwaardelijk eindigen, en de veroordeelde is inmiddels begonnen met solliciteren, wat een positieve ontwikkeling is.
De rechtbank besloot daarom het verzoek af te wijzen en gaf de veroordeelde een laatste kans om binnen twee weken een zinvolle dagbesteding te vinden. Indien dit niet lukt, kan Inforsa de officier van justitie adviseren tot verlenging van de voorwaardelijke beëindiging. De beschikking werd uitgesproken op 5 juni 2025 door de rechtbank Amsterdam, team Familie & Jeugd.