ECLI:NL:RBAMS:2025:5631
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing Wlz-zorgaanvraag wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, lijdend aan Functioneel Neurologisch Syndroom, fibromyalgie, psoriasis en psychische klachten, vroeg op 26 maart 2025 zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Verweerder, het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), wees de aanvraag op 30 mei 2025 af na onderzoek en medisch advies, omdat geen ernstige cognitieve problemen of zware regieproblemen werden vastgesteld die een blijvende noodzaak voor 24-uurs zorg rechtvaardigen.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg op 9 juli 2025 om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 24 juli 2025 werd vastgesteld dat verzoekster momenteel de noodzakelijke zorg ontvangt van haar echtgenoot, die deze zorg ook kan blijven verlenen. Verzoekster stelde dat zonder structurele hulp haar situatie zal verslechteren en zij risico loopt op onomkeerbare schade, maar dit werd niet onderbouwd met objectieve medische stukken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang is om de bezwaarprocedure te onderbreken met een voorlopige voorziening. Verweerder wees op nog beschikbare behandelmogelijkheden en alternatieve zorgopties via andere wetten. Ook was het besluit niet evident onrechtmatig, omdat het was gebaseerd op onderzoek en medisch advies. Daarom werd het verzoek afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de Wlz-zorgaanvraag is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.