ECLI:NL:RBAMS:2025:5653

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 juli 2025
Publicatiedatum
31 juli 2025
Zaaknummer
C/13/771411 - FA RK 25/4755
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg ondanks afwezigheid betrokkene

De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 juli 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en een stoornis in het gebruik van cannabis.

Betrokkene was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling, ondanks eerdere aanhoudingen om hem te kunnen horen op zijn huisadres. De rechtbank concludeerde dat betrokkene bewust afwezig was en niet bereid was zich te laten horen. De moeder en behandelaren bevestigden de ernst van de situatie en de noodzaak van verplichte zorg.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de voorgestelde verplichte zorg is evenredig en effectief. De zorgmachtiging werd daarom voor twaalf maanden toegekend, met maatregelen zoals medicatietoediening, bewegingsbeperkingen en opname.

De beschikking werd mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt, en er staat cassatie open tegen deze beslissing.

Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor twaalf maanden ondanks afwezigheid en weigering tot horen van betrokkene.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/771411 – FA RK 25/4755
kenmerk: ZM/IND/168863
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 16 juli 2025van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verblijvende te [verblijfplaats] ,
zorgaanbieder: Arkin,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M.W. Veldhuijsen te Bussum waargenomen door mr. N. van der Vegt.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 25 juni 2025 en het proces-verbaal d.d. 10 juli 2025.
Het gevolg van de mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 juli 2025 op het huisadres van betrokkene, [verblijfplaats] . Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de raadsvrouw;
- mw. [naam 1] , arts;
- mw. [naam 2] , verpleegkundige;
- moeder van betrokkene.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eerder een zitting heeft plaatsgevonden op de rechtbank. Uit het proces-verbaal van die zitting van 10 juli 2025 blijkt dat betrokkene niet aanwezig was. De behandeling is toen aangehouden om betrokkene te horen op zijn huisadres. De rechtbank heeft op de behandeling van heden vastgesteld dat betrokkene wederom niet is verschenen. De moeder van betrokkene heeft medegedeeld dat haar zoon ongeveer een uur voor de mondelinge behandeling van huis is vertrokken en dat hij wel op de hoogte van de zitting was. Er is vervolgens telefonisch contact gezocht met betrokkene, maar er kon geen contact worden gelegd. Betrokkene had naar zijn behandelaren het bericht gestuurd; ‘
Laat mijn advocaat het maar met jullie oplossen en laten we hopen op een goede uitkomst.
De advocaat heeft aangegeven dat zij wederom meerdere pogingen heeft gedaan om betrokkene te kunnen spreken, maar dit niet is gelukt. De advocaat voelt zich daarom niet gemachtigd namens betrokkene een standpunt in te nemen. De verpleegkundige heeft bovendien verklaard dat betrokkene zo ontwijkend is en contact met hem zo ingewikkeld is dat het wenselijk is dat hij zo spoedig mogelijk, middels een zogenoemde stoelconstructie, medicatie krijgt toegediend om hem te stabiliseren.
De rechtbank acht het, gelet op voorgaande, voldoende aannemelijk dat betrokkene er bewust voor heeft gekozen om niet aanwezig te zijn bij de mondelinge behandeling en constateert dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen. De rechtbank is daarop, met instemming van de advocaat, overgegaan tot de mondelinge behandeling zonder aanwezigheid van betrokkene.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie. Daarnaast is er een stoornis in het gebruik van cannabis.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige financiële schade, en maatschappelijke teloorgang.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk gedurende twaalf maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten,
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene,
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] , inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 16 juli 2026.
Deze beschikking is op 16 juli 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. C.P. Bleeker, rechter, voor deze getekend door mr. H.P.E. Has, bijgestaan door L.F. Datema als griffier en op 28 juli 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.