Op 12 augustus 2024 pleegde de verdachte, een 79-jarige man, aanranding van zijn vijfjarige kleindochter tijdens het oppassen in Amstelveen. De moeder van het kind betrapte verdachte met openstaande broek terwijl het kind ontbloot op bed lag. De rechtbank achtte de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar, mede gebaseerd op een studioverhoor en consistentie in haar verhaal.
De verdachte werd vrijgesproken van de tenlastelegging jegens zijn kleinzoon wegens gebrek aan bewijs. Psychologisch onderzoek toonde aan dat verdachte leed aan dementie, wat zijn toerekeningsvatbaarheid verminderde, maar niet uitsloot. De rechtbank volgde het advies van deskundigen en rekende het feit verminderd aan verdachte toe.
De officier van justitie eiste 337 dagen gevangenisstraf, maar de rechtbank legde een lagere straf op van 4 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, mede vanwege de opname van verdachte in een kliniek en zijn persoonlijke omstandigheden. De vorderingen van de benadeelde partijen tot schadevergoeding werden niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en het feit dat de strafzaak daardoor onevenredig zou worden belast.