ECLI:NL:RBAMS:2025:5747
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking urgentieverklaring na weigering eenmalig woonaanbod; bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Eiseres ontving op 5 juni 2025 een eenmalig woningaanbod op basis van een medische urgentie, dat zij weigerde omdat de woning niet passend was. Het college trok daarop op 12 juni 2025 de urgentieverklaring in. Eiseres diende haar bezwaar pas op 30 augustus 2024 in, ruim na de zeswekentermijn die op 13 juni 2024 was gestart.
De rechtbank beoordeelde uitsluitend de ontvankelijkheid van het bezwaar en concludeerde dat eiseres geen verschoonbare redenen had voor de te late indiening. Argumenten zoals onvoldoende begeleiding door de gemeente, de ziekte van haar zoon en vakantie werden niet als verschoonbaar erkend. De rechtbank benadrukte dat eiseres zelf verantwoordelijk is voor tijdige bezwaarindiening en dat zij bij weigering van het woonaanbod op de mogelijke intrekking had kunnen anticiperen.
De rechtbank verwierp ook het beroep op een vermeende toezegging van een gemeentemedewerker dat alsnog bezwaar mogelijk zou zijn, omdat dit geen garantie bood voor inhoudelijke behandeling. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres het griffierecht niet terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening van het bezwaar zonder verschoonbare redenen.