Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
Zaak A
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
bijlage IIvan dit vonnis genoemde bewijsmiddelen, kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele intimidatie van [slachtoffer 3] (hierna: aangeefster) in het openbaar. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
- achter die [slachtoffer 3] aan te lopen en,
- dicht op die [slachtoffer 3] te gaan staan en,
- de arm van die [slachtoffer 3] aan te raken en,
- tegen die [slachtoffer 3] te zeggen: "Ik vind je leuk" en "Ik wil je nummer" en “Ik kan je wel opeten", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking.
5.De strafbaarheid van de feiten en van verdachte
6.Motivering van de straf
7.De vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling 13/229563-22
8.De vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling 13/224795-23
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte] ,daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
250 (tweehonderdvijftig dagen.
64 (vierenzestig) dagen, van deze gevangenisstraf
niettenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
2 (twee) jarenvast.