Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:5881

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 juli 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
25/855
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.10.5 HvvArt. 2.10.11 HvvArt. 24 Nadere regels bij de Hvv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering urgentieverklaring wegens ontbreken acuut levensbedreigend probleem

Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, welke is afgewezen op 23 juli 2024. Het bezwaar tegen deze afwijzing is eveneens ongegrond verklaard door het college op 15 januari 2025. Eiseres stelde beroep in tegen deze besluiten en voerde aan dat de hardheidsclausule toegepast moest worden vanwege haar ernstige medische situatie.

De rechtbank heeft op 23 juli 2025 de zaak behandeld en geoordeeld dat de algemene weigeringsgronden terecht zijn toegepast: eiseres kon het huisvestingsprobleem redelijkerwijs voorkomen of op een andere wijze oplossen en het probleem is ontstaan door haar eigen verwijtbaar handelen of nalaten. De hardheidsclausule, die een uitzondering maakt bij schrijnende situaties met acuut levensbedreigende medische problematiek, wordt niet toegepast omdat de ingediende medische stukken dit niet aantonen.

De rechtbank bevestigt dat er geen acuut levensbedreigend probleem is en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tevens is aangegeven dat een medisch onderzoek zal plaatsvinden bij een nieuwe aanvraag indien aan de voorwaarden daarvoor wordt voldaan.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een acuut levensbedreigend probleem.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/855

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2025 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. E.R. Boer)
en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder (hierna:

het college)
(gemachtigde: [gemachtigde]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een urgentieverklaring. Eiseres is het niet eens met de afwijzing en heeft in haar beroepschrift en aanvullingen daarop aangegeven waarom. Aan de hand van de beroepsgronden van eiseres beoordeelt de rechtbank de afwijzing.
2. De rechtbank is van oordeel dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het beroep is dus ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 23 juli 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 15 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing gebleven.
4. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
5. De rechtbank heeft het beroep op 23 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

6. Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd. Het college heeft haar aanvraag afgewezen omdat er twee algemene weigeringsgronden van toepassing zijn: eiseres kon het huisvestingsprobleem redelijkerwijs voorkomen en/of op een andere wijze oplossen [1] en het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van eiseres. [2]
7. Dat er algemene weigeringsgronden van toepassing zijn, staat niet ter discussie. Het gaat om het beroep van eiseres op de hardheidsclausule.
8. De hardheidsclausule bepaalt dat het college, ondanks dat er niet aan de voorwaarden voor een urgentieverklaring is voldaan, alsnog een urgentieverklaring kan verlenen als weigering leidt tot een schrijnende situatie. [3] In geval van medische problematiek, zoals bij eiseres, wordt hieronder verstaan: een uitzonderlijke noodsituatie waar een urgentieverklaring voor noodzakelijk is. De aanvrager die een beroep doet op de hardheidsclausule vanwege ernstige medische problematiek dient met bewijsstukken aan te tonen dat sprake is van een acuut levensbedreigend probleem. [4]
9. Volgens het college is er geen sprake van een acuut levensbedreigend probleem. De rechtbank is van oordeel dat de ingediende medische stukken geen aanleiding geven tot een ander oordeel. Het beroep van eiseres op de hardheidsclausule slaagt dus niet.
10. Ten aanzien van het verzoek van eiseres om in deze uitspraak op te nemen dat er in het kader van de nieuwe aanvraag voor een urgentieverklaring een medisch onderzoek plaatsvindt, volstaat de rechtbank met het herhalen van het standpunt van het college, namelijk: er zal een medisch onderzoek plaatsvinden als er aan de voorwaarden voor het doen van dit onderzoek is voldaan.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.C.A. Olsen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 2.10.5, eerste lid, aanhef en onder c van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 (hierna: Hvv).
2.Artikel 2.10.5, eerste lid, onder e van de Hvv.
3.Artikel 2.10.11, eerste lid, onder a van de Hvv.
4.Artikel 24 van Pro de Nadere regels bij de Hvv.