Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:5887

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
C/13/771061 / HA RK 25-202
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 39 lid 5 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechter en griffie na eindbeslissingen

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter, griffier en juridisch medewerker van de rechtbank Amsterdam. Het verzoek was gericht op het vervangen van deze functionarissen vanwege vermeende partijdigheid.

De wrakingskamer onderzocht het verzoek aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierbij werd vastgesteld dat wraking uitsluitend mogelijk is tegen rechters tijdens lopende procedures en niet tegen griffiers of juridisch medewerkers.

Daarnaast had de betreffende rechter reeds twee eindbeslissingen gegeven, waardoor wraking niet meer mogelijk was. Op grond hiervan werd het gehele wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.

Een mondelinge behandeling van het verzoek werd achterwege gelaten en tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk volgens artikel 39 lid 5 Rv Pro.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechter reeds eindbeslissingen heeft gegeven en wraking van griffiers niet mogelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Beslissing op het op 17 juni 2025 gedane en onder zaaknummer
C/13/771061 HA/RK 25/202 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker] ,wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter en tot wraking van R.J. Hennekam, griffier en R.E. Lakeman, juridisch medewerker.

1.1. De procedure

De wrakingskamer heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:
  • de brief van verzoeker, per e-mail ontvangen op 17 juni 2025, waarin hij de rechter, de griffier en de juridisch medewerker wraakt;
  • een beschikking van 24 april 2025 van de rechter waarin een mentor is benoemd ten behoeve van verzoeker (zaaknummer 11652870 EB VERZ 25-3171);
  • een beschikking van 24 april 2025 van de rechter waarin een bewindvoerder is benoemd ten behoeve van verzoeker (zaaknummer 11300104 EB VERZ 24-10359).

2.2. De gronden van de beslissing

2.1
Op grond van het bepaalde in artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient in een wrakingsprocedure te worden onderzocht of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2
Artikel 36 Rv Pro kent niet de mogelijkheid een griffier of juridisch medewerker van de rechtbank te wraken. In zoverre is het verzoek dus niet-ontvankelijk.
2.3
Uit artikel 36 Rv Pro volgt verder dat een verzoek tot wraking erop gericht moet zijn een rechter te vervangen tijdens een lopende procedure. Indien een rechter een eindbeslissing heeft gegeven is wraking niet meer mogelijk. In dit geval heeft de rechter op 24 april 2025 twee eindbeslissingen gewezen. Ook in zoverre is het verzoek dus niet-ontvankelijk.
2.4
Het verzoek tot wraking is dus in zijn geheel niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling van het verzoek kan achterwege blijven.
BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, en mr. N.C.H. Blankevoort en
mr. I.M. Bilderbeek, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2025.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv Pro geen voorziening open.