Eiser, woonachtig in Zweden, en zijn echtgenote, woonachtig in Nederland, zijn gehuwd maar wonen gescheiden sinds 2005. Eiser ontvangt sinds 2013 een AOW-pensioen naar gehuwdentarief. Verweerder heeft in 2024 besloten het pensioen niet aan te passen omdat niet is vastgesteld dat sprake is van duurzaam gescheiden leven. Eiser stelde bezwaar in en startte beroep tegen dit besluit.
De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht heeft geoordeeld dat geen duurzaam gescheiden leven bestaat. Uit de feiten blijkt dat eiser en zijn echtgenote regelmatig contact hadden, elkaar meerdere keren per jaar fysiek ontmoetten en zich als echtpaar presenteerden. Het ontbreken van een gedeeld huishouden en de fysieke afstand zijn onvoldoende om duurzaam gescheiden leven aan te nemen.
Eiser klaagde over een onaangekondigd huisbezoek, maar de rechtbank acht dit niet onzorgvuldig omdat geen vermoeden van fraude bestond en het huisbezoek volgens protocol werd uitgevoerd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het AOW-pensioen terecht niet is aangepast naar alleenstaande status.