Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
2. [eiser 2] ,
3. [eiser 3] ,
[eiser 4] ,
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
18 juni 2025voor beraad omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak vordert de gedaagde een verklaring voor recht dat de eisers beschikkingsonbevoegd waren over hun aandeel in een woning, stellende dat erfgenamen slechts gezamenlijk bevoegd zijn. De eisers betwisten dit en stellen dat de vordering onterecht als incidenteel wordt ingediend.
De rechtbank oordeelt dat een verklaring voor recht geen voorlopige voorziening is en derhalve geen incidentele vordering kan zijn. Daarom wijst zij de vordering van de gedaagde af. De vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter wordt in de hoofdzaak behandeld.
Omdat de gedaagde onnodig kosten heeft veroorzaakt door het instellen van deze niet-ontvankelijke vordering, wordt zij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de eisers, begroot op €1.392,00, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor beraad over een mondelinge behandeling in de hoofdzaak, waarbij verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering af en veroordeelt de gedaagde tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.