ECLI:NL:RBAMS:2025:6006

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 augustus 2025
Publicatiedatum
18 augustus 2025
Zaaknummer
11684104 \ CV EXPL 25-6763
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van drinkwaterkosten zonder ondertekende overeenkomst

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 1 augustus 2025 uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen STICHTING WATERNET, hierna te noemen Waternet, en een gedaagde partij die in persoon procedeerde. Waternet vorderde betaling van € 973,85 voor geleverde drinkwater aan de gedaagde, die betwistte dat er een overeenkomst was getekend. De kantonrechter, mr. M. van der Kaay, oordeelde dat er wel degelijk een (stilzwijgende) overeenkomst bestond, aangezien de gedaagde gebruik maakte van het drinkwater en eerder facturen had betaald. De kantonrechter wees de vordering toe en oordeelde dat de gedaagde de kosten van de procedure, inclusief wettelijke rente, moest betalen. De proceskosten werden begroot op € 796,90. De uitspraak werd in het openbaar gedaan, waarbij de griffier aanwezig was.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11684104 \ CV EXPL 25-6763
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 1 augustus 2025
in de zaak van
STICHTING WATERNET,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Waternet,
gemachtigde: Dw H.J. Jansen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Bij dagvaarding van 16 april 2025 met producties, heeft Waternet een vordering tegen [gedaagde] ingesteld.
Op 1 augustus 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De zaak is behandeld door mr. M. van der Kaay, kantonrechter, en mr. M.E. Zwart da Silva Palma als griffier.
Namens Waternet is de gemachtigde verschenen. [gedaagde] is in persoon verschenen.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
Waternet heeft een aansluiting voor drinkwater in de woning aan de [adres] en levert via die aansluiting drinkwater aan [gedaagde] . Volgens Waternet betaalt [gedaagde] niet voor het geleverde drinkwater. Waternet vordert daarom dat [gedaagde] € 973,85, met rente, en de kosten van deze procedure betaalt. [gedaagde] betwist dat hij een overeenkomst heeft getekend met Waternet. De kantonrechter oordeelt dat tussen partijen een overeenkomst voor het leveren van drinkwater bestaat en wijst de vordering toe. Dat wordt hierna uitgelegd.
[gedaagde] moet € 973,85 en rente betalen
1.2.
[gedaagde] erkent dat hij gebruik maakt van het door Waternet geleverde drinkwater zonder daarvoor te betalen. Ter zitting is gebleken dat [gedaagde] wist dat de levering van drinkwater niet gratis is. Hij heeft desondanks structureel drinkwater verbruikt en zijn waterverbruik voortgezet nadat hij er door Waternet op is gewezen dat er meerdere facturen niet betaald zijn. Daarnaast heeft [gedaagde] ter zitting erkend dat hij in 2019 en 2021 – naar eigen zeggen per ongeluk – facturen van Waternet heeft betaald, zodat de kantonrechter tot de conclusie komt dat tussen Waternet en [gedaagde] een (stilzwijgende) overeenkomst tot stand is gekomen voor het leveren van drinkwater. Dat [gedaagde] geen contract heeft getekend voor de levering van het drinkwater, zoals [gedaagde] stelt, is daarvoor geen vereiste.
1.3.
[gedaagde] heeft de hoogte van de vordering niet betwist. De vordering van Waternet tot betaling van € 973,85 is voldoende onderbouwd en zal dan ook toegewezen worden. Omdat [gedaagde] de facturen niet (op tijd) betaald heeft, wordt de wettelijke rente – zoals gevorderd – toegewezen vanaf de datum van dagvaarding.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
1.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 796,90, bestaande uit de kosten van de dagvaarding (€ 119,40), het griffierecht (€ 340,-), het salaris gemachtigde (2 x € 135,-) en de nakosten (€ 67,50).

2.De beslissing

De kantonrechter
2.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Waternet te betalen € 973,85, te verhogen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,
2.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Waternet begroot op € 796,90, eventueel te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis,
2.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. M. van der Kaay, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.