ECLI:NL:RBAMS:2025:6030
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn tegen UWV-besluit
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV van 29 februari 2024, waarin het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank behandelde het beroep op 23 juli 2025, waarbij eiser en gemachtigde niet verschenen.
Eiser betwist de niet-ontvankelijkheid van zijn bezwaar en stelt dat hij tijdig bezwaar heeft gemaakt. Tevens voert hij aan dat de vordering verjaard is en dat zijn privacy is geschonden door het opvragen van persoonsgegevens bij de belastingdienst. Daarnaast is onduidelijkheid over de hoogte van de vordering.
Het UWV stelt dat het bezwaar niet-ontvankelijk is omdat het bezwaar zich richt tegen een betalingsherinnering en niet tegen een besluit. De rechtbank beoordeelt ambtshalve de ontvankelijkheid en stelt vast dat het beroepschrift te laat is ingediend, namelijk na de termijn van zes weken die liep tot 12 april 2024. Het beroepschrift werd op 14 april 2024 aangetekend verzonden en op 16 april 2025 ontvangen.
Eiser gaf aan het besluit pas op 7 maart 2024 te hebben ontvangen, maar dit is volgens de rechtbank geen reden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Er is geen reden gegeven waarom het beroep niet eerder is ingediend. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en blijft het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.