GrenkeFinance N.V. vordert betaling van huurtermijnen en bijkomende kosten op grond van een leasecontract voor een printer, alsmede afgifte van de printer. De maatschap betwist dat de printer is geleverd en voert aan dat zij nog gebruikmaakt van de oude printer en daarvoor betaalt.
De rechtbank stelt vast dat de huurverplichting pas ingaat na aflevering van de printer. Grenke draagt onvoldoende bewijs aan dat de printer daadwerkelijk is geleverd aan de maatschap. De werkbon waarop levering wordt vermeld is ondertekend door een persoon die volgens de maatschap geen werknemer is, en de relatie tussen betrokken partijen blijft onduidelijk.
Gezien de gemotiveerde betwisting en het ontbreken van concreet bewijs wijst de rechtbank de vorderingen van Grenke af. Grenke wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechters Brokkaar en Ulrici en op 12 augustus 2025 uitgesproken.