De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam legde aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting op wegens het niet betalen van parkeerbelasting op 21 juni 2024. Eiser betwistte deze aanslag en stelde dat hij slechts kortstondig was gestopt om een zwaar wijnrek te lossen bij een woning.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser maximaal twee minuten bij het betreffende adres was en dat het laden en lossen aannemelijk is gemaakt. De heffingsambtenaar erkende dit en stelde voor de naheffingsaanslag te vernietigen en betaalde bedragen terug te betalen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak en de naheffingsaanslag. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van redelijke reiskosten en parkeerkosten van eiser, terwijl verzoeken tot vergoeding van verlet- en getuigenkosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en procedurele tekortkomingen.