Van van Ee B.V. sloot op 22 februari 2023 een overeenkomst met twee consumenten voor de bouw van een tuinkamer tegen betaling van €75.899,99. De offerte vermeldde een risico op lekkage onder unieke weersomstandigheden. De tuinkamer werd in mei en juni 2023 gebouwd, maar vanaf juli 2023 traden ernstige lekkages op die regelmatig terugkeerden. De consumenten meldden dit, maar Van van Ee ondernam geen actie en vroeg later een bijbetaling voor een oplossing, die werd afgewezen.
Van van Ee vorderde betaling van de laatste termijn van €7.664,99, vermeerderd met rente en kosten. De consumenten verweerden zich met het standpunt dat Van van Ee haar verplichting tot oplevering van een deugdelijke, niet-lekkende tuinkamer niet was nagekomen en beriepen zich terecht op opschorting van betaling.
De rechtbank oordeelde dat het consumentenrecht van toepassing is en dat Van van Ee haar informatieplicht had nageleefd. Het kernbeding over het lekkagerisico was duidelijk geformuleerd en niet onredelijk. Echter, de tuinkamer lekte niet alleen onder unieke omstandigheden, maar regelmatig, waardoor Van van Ee tekortschiet in de nakoming. De vordering tot betaling werd daarom afgewezen en Van van Ee werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.