ECLI:NL:RBAMS:2025:6334

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 augustus 2025
Publicatiedatum
28 augustus 2025
Zaaknummer
13.182.176-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 176 Wegenverkeerswet 1994Art. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 7 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor verkeersovertredingen

De rechtbank Amsterdam heeft op 20 augustus 2025 uitspraak gedaan over de vordering tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Bautzen in Duitsland. Het EAB betreft de overlevering van een opgeëiste persoon, geboren in 1991 in Polen, die momenteel in Nederland gedetineerd is. De opgeëiste persoon heeft verklaard geen verweer te voeren tegen de beslissingen waarop het EAB is gebaseerd en stelt dat zijn verdedigingsrechten niet zijn geschonden.

Het EAB is gebaseerd op een Gesamtstrafenbeschluss van 9 februari 2023, waarin een vrijheidsstraf van 300 dagen is opgelegd ter uitvoering in Duitsland. Deze Gesamtstrafenbeschluss berust op drie onherroepelijke Strafbefehle van verschillende Duitse rechtbanken, die betrekking hebben op verkeersovertredingen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de feiten voldoen aan het vereiste van dubbele strafbaarheid onder Nederlands recht, met overtredingen van artikel 9 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank heeft de overlevering toegestaan omdat het EAB voldoet aan de formele eisen van de Overleveringswet, er geen weigeringsgronden zijn en geen sprake is van omstandigheden die de uitvoering van het EAB zouden verbieden. De uitspraak is gedaan in aanwezigheid van de officier van justitie, de raadsman van de opgeëiste persoon en een Poolse tolk, en is onherroepelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering toe van de opgeëiste persoon aan Duitsland voor de uitvoering van een vrijheidsstraf van 300 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.182.176-25
Datum uitspraak: 20 augustus 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 24 juni 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 4 december 2024 door het
Amtsgericht Bautzenin Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.
De raadsman heeft betoogd dat de opgeëiste persoon zo snel mogelijk naar Duitsland wil. Om die reden is er geen verweer gevoerd.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor het sluiten van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist
zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
Gesamtstrafenbeschlussvan het
Amtsgericht Bautzenvan 9 februari 2023, onherroepelijk op 11 oktober 2023, met zaaknummer 41 Cs 630 Js 17731/21.
Aan dit
Gesamtstrafenbeschlussliggen de volgende beslissingen ten grondslag:
1. een
Strafbefehl des Amtsgerichts Bautzenvan 23 augustus 2021, onherroepelijk op 19 maart 2022, met zaaknummer 41 Cs 630 Js 17731/21;
2. een
Strafbefehl des Amtsgerichts Meissenvan 2 december 2021, onherroepelijk op 24 juni 2022, met zaaknummer 1 Cs 926 Js 7620/21;
3. een
Strafbefehl des Amtsgerichts Schedt/Odervan 13 december 2021, onherroepelijk op 24 juni 2022, met zaaknummer 17 Cs 3426 Js 36771/21 (492/21).
De opgeëiste persoon heeft te kennen gegeven dat hij geen verweer wil voeren ten aanzien van voornoemde beslissingen. De rechtbank begrijpt deze mededeling zo, dat de opgeëiste persoon zich op het standpunt stelt dat zijn verdedigingsrechten niet zijn geschonden in de procedures die tot deze beslissingen hebben geleid
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 300 dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde
Gesamtstrafenbeschlussvan 9 februari 2023.
Dit besluit betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
feiten 1 en 3 :
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994
feit 2 :
overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994
5. Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen
weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 9 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Bautzenin Duitsland voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. C. Klomp en M. Scheeper, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 augustus 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.