ECLI:NL:RBAMS:2025:6482
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning na tijdelijke huurovereenkomst van korte duur toegewezen
In deze zaak stond een geschil centraal over de beëindiging van een huurovereenkomst voor woonruimte die partijen hadden gesloten voor een periode van zes maanden. De verhuurster vorderde ontruiming van de woning en betaling van achterstallige huur, terwijl de huurder zich op een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd beriep en de huurprijs wilde laten toetsen.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst naar zijn aard van korte duur was, mede gelet op de intenties van partijen en de schriftelijke afspraken. De huurder was bekend met de tijdelijke aard en de verkoopclausule in de overeenkomst. De vordering tot ontruiming werd toegewezen met een termijn tot uiterlijk 12 september 2025, rekening houdend met het belang van de huurder en zijn minderjarige dochter.
Verder werd vastgesteld dat de huurder een huurachterstand had van €3.668,00 en dat hij een gebruikersvergoeding verschuldigd was tot de ontruiming. De vorderingen van de huurder tot huurprijsaanpassing werden afgewezen vanwege het karakter van de huurovereenkomst. De incassokosten werden afgewezen vanwege formele tekortkomingen. De huurder werd veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, gebruikersvergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De huurder moet de woning uiterlijk 12 september 2025 ontruimen en de huurachterstand en gebruikersvergoeding betalen.