ECLI:NL:RBAMS:2025:6501

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 september 2025
Publicatiedatum
4 september 2025
Zaaknummer
AMS 25/4703
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking van een B&B-vergunning en verzoek om voorlopige voorziening

Deze uitspraak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in het kader van de intrekking van een B&B-vergunning. De verzoeker, die op het adres [adres 1] te [plaats] een B&B exploiteert, is het niet eens met de intrekking van zijn vergunning door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De voorzieningenrechter heeft de zaak op 3 september 2025 behandeld en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het bezwaar van de verzoeker geen redelijke kans van slagen heeft. De intrekking van de vergunning is gebaseerd op het feit dat de verzoeker niet meer op het adres woont waarvoor de vergunning is verleend, en dat er meer aan de hand is dan alleen een administratieve wijziging van het huisnummer. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat de feitelijke situatie niet in overeenstemming is met de vergunde situatie, en dat het belang van de verweerder om een onrechtmatige situatie te beëindigen zwaarder weegt dan het belang van de verzoeker. De voorzieningenrechter heeft geconcludeerd dat er geen aanleiding is voor het treffen van een voorlopige voorziening en dat de B&B-vergunning ingetrokken blijft. Er is geen recht op vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/4703

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 september 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de intrekking van een B&B [1] -vergunning. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker.
1.2.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Het bezwaar heeft geen redelijke kans van slagen. Het belang van verweerder om een zeer waarschijnlijk onrechtmatige situatie niet te laten voortduren weegt zwaarder dan het belang van verzoeker. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2.1.
Met het bestreden besluit van 13 augustus 2025 heeft verweerder de B&B-vergunning van verzoeker op het adres [adres 1] te [plaats] ingetrokken.
2.2.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen strekkende tot schorsing van de intrekking van de B&B-vergunning.
2.3.
Verzoeker heeft desgevraagd een nadere schriftelijke toelichting gegeven.
2.4.
Verweerder heeft schriftelijk op het verzoek om voorlopige voorziening gereageerd.
2.5.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Verzoeker heeft voorafgaand aan de zitting laten weten, vanwege persoonlijke omstandigheden, verhinderd te zijn om te verschijnen.
2.6.
Op de zitting van 25 augustus 2025 heeft de voorzieningenrechter het onderzoek gesloten. De stukken die verzoeker nadien heeft ingediend kan en zal zij niet betrekken bij de beoordeling van het verzoek.

Totstandkoming van het besluit

3.1.
Verzoeker heeft op 17 maart 2020 een aanvraag gedaan voor een B&B-vergunning op het adres [adres 1] te [plaats] . Daarbij heeft verzoeker aangegeven dat hij woonachtig is op dat adres. Verzoeker heeft bij de aanvraag plattegrondtekeningen overgelegd van het gehele pand [adres 2] / [adres 1] (souterrain, begane grond, eerste verdieping, tweede verdieping, zolder en vliering).
3.2.
Verweerder heeft op 18 maart 2020 aanvullende informatie bij verzoeker opgevraagd. Verzoeker diende namelijk de B&B ruimte duidelijk aan te geven op de plattegrond.
3.3.
Verzoeker heeft daarop een plattegrond van de eerste verdieping van [adres 1] overgelegd waarop de kamer aan de voorkant is ingekleurd.
3.4.
Op 19 maart 2020 is op naam van verzoeker een B&B-vergunning verleend op het adres [adres 1] te [plaats] . Daarbij is aangegeven dat de vergunning alleen geldig is voor genoemd adres. Verder zijn – gelet op de datum van aanvraag – de regels van toepassing die golden op 31 december 2019.
3.5.
Op 30 april 2021 is er naar aanleiding van een aangevraagde omgevingsvergunning een wijziging gekomen in de nummeraanduiding. Nummer [adres 1] is komen te vervallen en bestaat thans uit nummers [adres 3] en [adres 4] .
3.6.
Er heeft een kadastrale splitsing plaatsgevonden. Op 2 februari 2024 is in het Kadaster het eigendom (van het appartementsrecht) van verzoeker ingeschreven op [adres 2] .
3.7.
Een toezichthouder van verweerder heeft op 30 juli 2025 administratief en digitaal onderzoek gedaan naar [adres 2] vanwege een melding over toeristische verhuur. Deze heeft geconstateerd dat er voor [adres 2] geen B&B-vergunning is verleend en geen vakantieverhuur is gemeld. Op het adres [adres 2] staat verzoeker als enige bewoner ingeschreven. De woning is verdeeld over twee woonlagen. De entree bevindt zich op de huisetage.
3.8.
Toezichthouders van verweerder hebben daarna, op 5 augustus 2025, een huisbezoek afgelegd bij [adres 2] . De toezichthouders hebben geconstateerd dat in het souterrain toeristen verblijven.
3.9.
Verweerder heeft vervolgens op 13 augustus 2025 de B&B-vergunning voor het adres [adres 1] ingetrokken. Verweerder heeft daarbij overwogen dat verzoeker niet meer aan een voorwaarde voldoet waaronder de vergunning is verleend. Verzoeker heeft die woonruimte niet meer als hoofdverblijf, en niet staat ingeschreven op dat adres.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4.1.
De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.
4.2.
Verzoeker heeft in bezwaar en in het kader van zijn verzoek om voorlopige voorziening aangevoerd dat het pand waar de B&B in is gevestigd in 2023 is gesplitst. Het adres is veranderd van [adres 1] naar [adres 2] . Deze wijziging is volgens verzoeker alleen administratief. Er is niets veranderd aan het huis en hoe de B&B wordt gebruikt. De bedrijfsvoering en inrichting zijn ongewijzigd gebleven. Verzoeker heeft toegelicht dat het pand oorspronkelijk twee nummers had, [adres 2] en [adres 1] . Nadien is het verdeeld in drie appartementen [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] . Verzoeker is eigenaar van [adres 2] . De B&B bevindt zich in nummer [adres 2] . Verzoeker heeft naar eigen zeggen nagelaten om verweerder formeel te informeren over deze nummer wijziging.
4.3.
De voorzieningenrechter overweegt dat de splitsing uitsluitend betrekking had op [adres 1] . [adres 2] is ongewijzigd gebleven. [adres 1] bestond uit de eerste tot en met de vierde verdieping van het gehele pand [adres 2] / [adres 1] en is gesplitst (naar de voorzieningenrechter begrijpt) in [adres 3] (eerste verdieping) en [adres 4] (tweede tot en met vierde verdieping). [adres 2] bestond en bestaat uit het souterrain en de begane grond van het gehele pand [adres 2] / [adres 1] . Uit het dossier komt naar voren dat de B&B zich bevindt in het souterrain. Dit betekent dus dat de B&B zich op het adres [adres 2] bevindt. Kennelijk heeft de B&B zich ook altijd bevonden op deze plek. Dit leidt de voorzieningenrechter af uit de opmerking van verzoeker dat er feitelijk niets is veranderd behoudens een nummerwijziging. De afgegeven B&B-vergunning daarentegen is verleend voor de eerste verdieping van, toentertijd, [adres 1] . De feitelijke situatie is dus niet in overeenstemming met de vergunde situatie. Daarnaast staat vast dat eiser niet (meer) woonachtig is op het adres waar de B&B-vergunning op is verleend. Bij deze stand van zaken zal de voorzieningenrechter geen voorziening treffen waarmee verzoeker in de tussentijd zijn B&B in het souterrain van [adres 2] nummer [adres 2] mag voortzetten. Er is meer aan de hand dan slechts een administratieve wijziging, zoals verzoeker stelt. Het bezwaar lijkt geen redelijke kans van slagen te hebben. De voorzieningenrechter kent aan het belang van verweerder meer gewicht toe dan aan het belang van verzoeker.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de B&B vergunning ingetrokken blijft. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Tanis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 september 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Bed & Breakfast.