ECLI:NL:RBAMS:2025:6623

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 september 2025
Publicatiedatum
9 september 2025
Zaaknummer
AMS 25/3839 en 25/4365
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlaging AOW-pensioen naar gehuwdennorm en afwijzing verzoek voorlopige voorziening

In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam op 3 september 2025, wordt de verlaging van het AOW-pensioen van eiseres naar de gehuwdennorm behandeld. Eiseres ontving vanaf 21 december 2020 een AOW-pensioen naar de norm van een alleenstaande, maar na een Risico-onderzoek door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd haar woonsituatie onderzocht. Eiseres reageerde niet op verzoeken voor huisbezoeken en communicatie van de Svb, wat leidde tot de beslissing om haar AOW-pensioen te verlagen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de Svb terecht heeft gehandeld, omdat er voldoende redenen waren om te twijfelen aan de door eiseres verstrekte informatie. Eiseres had geen alternatieven aangedragen voor het huisbezoek en volhardde in haar weigering om mee te werken aan het onderzoek. De voorzieningenrechter verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, zonder dat er aanleiding is voor schadevergoeding of terugbetaling van griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 25/3839 en 25/4365
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 september 2025 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , verzoekster en eiseres (hierna: eiseres)

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, de Svb

(gemachtigde: mr. C.A. van der Vlist).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de verlaging van het AOW-pensioen [1] van eiseres naar de gehuwdennorm. Eiseres is het hier niet mee eens. De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Svb terecht het AOW-pensioen van eiseres heeft verlaagd. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst hij het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Procesverloop

2. Eiseres ontving vanaf 21 december 2020 een AOW-pensioen naar de norm van een alleenstaande. Op 21 augustus 2024 is de situatie van eiseres geselecteerd in het kader van het Risico-onderzoek 2024 Waternet omdat sprake was van een waterverbruik op haar adres op jaarbasis van niet meer dan 7m³.
3. Op 16 december 2024 en op 29 januari 2025 hebben medewerkers van de Svb onaangekondigde huisbezoeken afgelegd bij eiseres. Eiseres was op beide data niet thuis.
4. Op 31 januari 2025 heeft de Svb eiseres bericht dat hij de woonsituatie van eiseres wil controleren om zekerheid te krijgen dat eiseres het juiste bedrag aan pensioen ontvangt. De Svb heeft het voornemen kenbaar gemaakt om op 11 februari 2025 bij eiseres langs te komen om een aantal vragen te stellen. Ook op 11 februari 2025 is eiseres niet thuis aangetroffen. De toezichthouders hebben een brief achtergelaten met daarin het verzoek aan eiseres om binnen zeven dagen na dagtekening van de brief contact op te nemen.
5. Op 19 februari 2025 heeft de Svb aan eiseres een rappel verstuurd met het verzoek om binnen zeven dagen telefonisch contact op te nemen. In die brief is ook opgenomen dat als eiseres niet (op tijd) contact opneemt, haar AOW-pensioen tijdelijk niet meer tot uitbetaling zal komen.
6. Eiseres heeft niet op deze brieven gereageerd. Op 3 maart 2025 heeft de Svb zonder succes gepoogd telefonisch contact te leggen met eiseres. De toezichthouder heeft de voicemail van eiseres ingesproken en haar verzocht om dezelfde dag contact op te nemen. Ook hierop heeft eiseres niet gereageerd.
7. Op 7 maart 2025 heeft de Svb besloten om eiseres tijdelijk het lagere gehuwdenpensioen uit te betalen in plaats van het ongehuwdenpensioen, omdat eiseres niets van zich heeft laten horen. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
8. Op 12 mei 2025 heeft de Svb het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
9. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 augustus 2025 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
10. Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, beslist hij ook op het beroep van eiseres. [2]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

11. Eiseres voert aan dat de Svb haar ten onrechte heeft afgerekend op haar weigering om aan een huisbezoek mee te werken. Een huisbezoek is namelijk in strijd met de privacyregels. De gemachtigde van eiseres heeft verschillende alternatieven benoemd waarop de Svb de woon- en leefsituatie van eiseres kan onderzoeken, maar de Svb heeft hier ten onrechte niets mee gedaan. Zo heeft eiseres een verklaring van in leven zijn en een verklaring van haar woon- en leefsituatie overgelegd. Verder heeft eiseres op de zitting toegelicht dat het lage waterverbruik wordt verklaard doordat haar watermeter mogelijk defect is. Daarnaast heeft de Svb de gemachtigde van eiseres ten onrechte niet toegestaan vragen over de woon- en leefsituatie van eiseres te beantwoorden en heeft de Svb geen agenda van een gesprek met eiseres overgelegd. Eiseres maakt verder aanspraak op een schadevergoeding wegens immateriële schade
12. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een huisbezoek aangewezen kan zijn om de verstrekte informatie over de woon- en leefsituatie van een betrokkene te verifiëren. Dat wil echter niet zeggen dat dit verstrekkende controlemiddel in alle gevallen gerechtvaardigd is. Als het doel van de controle op een even betrouwbare, maar voor de betrokkene minder ingrijpende wijze kan worden bereikt, moet daarvoor worden gekozen. [3]
13. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had de Svb een redelijke grond om te twijfelen aan de door eiseres verstrekte gegevens over haar woon- en leefsituatie. De bevindingen over het (zeer) lage waterverbruik waren hiervoor voldoende.
14. Een huisbezoek was verder een geëigend onderzoeksmiddel voor het vaststellen van de woon- en leefsituatie van eiseres. De alternatieven die eiseres heeft genoemd (de verklaring van in leven zijn en de verklaring over haar woon- en leefsituatie) zijn weliswaar minder ingrijpend voor eiseres, maar leveren geen objectieve gegevens op over haar woon- en leefsituatie. Ook in beroep is er geen onderbouwing gekomen van de door eiseres gestelde mogelijke problemen met de watermeter.
15. Daar komt bij dat de Svb de voorgenomen huisbezoeken steeds ruim vooraf schriftelijk heeft aangekondigd, zodat eiseres zich daarop kon voorbereiden maar dat eiseres daarop niet heeft gereageerd. Eiseres heeft daarvoor toen ook geen alternatieven voorgesteld. De Svb kon daarmee dan ook geen rekening houden.
16. Nu eiseres heeft volhard in haar weigering mee te werken aan het onderzoek, zonder met geschikte alternatieven daarvoor te komen, heeft de Svb zich terecht op het standpunt gesteld dat als gevolg van de herhaalde weigering van eiseres niet kan worden vastgesteld of eiseres nog recht had op een AOW-pensioen voor een alleenstaande. Dit betekent dat de Svb geen andere keus had dan het AOW-pensioen van eiseres te herzien. [4] Voor een schadevergoeding is dan geen aanleiding.

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.W. Steenhoff, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 3 september 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Voetnoten

1.Pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet.
2.Artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 mei 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:973.
4.Op grond van artikel 17a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene Ouderdomswet.