In deze civiele procedure vordert PON Luxury Cars B.V. (PLC) betaling op grond van een vrijwaringsbeding in een bruikleenovereenkomst met de gedaagde. De gedaagde had tijdens een proefrit een verkeersboete wegens te hard rijden ontvangen en deze boete betaald. PLC wilde dat de gedaagde deze kosten zou dragen op grond van het vrijwaringsbeding.
De kantonrechter oordeelt dat het vrijwaringsbeding in de bruikleenovereenkomst oneerlijk is omdat het de consument (gedaagde) onredelijk belast met kosten die wettelijk niet aan hem kunnen worden toegerekend. PLC kan zich niet verenigen met deze vernietiging en verzoekt eventueel prejudiciële vragen aan de Hoge Raad, maar de rechter ziet hiervoor geen aanleiding.
De rechter wijst de vorderingen van PLC af en veroordeelt PLC tot terugbetaling van het door de gedaagde betaalde bedrag van €199,44. Tevens wordt PLC veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt dat het vrijwaringsbeding het evenwicht tussen partijen verstoort en dat PLC haar contracten kan aanpassen om toekomstige geschillen te voorkomen.