Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.[gedaagde 2] ,
1.De procedure
- de incidentele conclusie voor alle weren inhoudende conclusie tot tussenkomst/voeging en tot vrijwaring van [gedaagde 1] (hierna: het incident van [gedaagde 1] ), met productie,
Rechtbank Amsterdam
In dit tussenuitspraakincident vordert de echtgenote van gedaagde 1 zich te mogen voegen of tussenkomen aan diens zijde in de hoofdzaak tegen Vrijenban Vastgoed B.V. De vordering is gebaseerd op haar belang bij de vernietiging van een garantstelling/borgtochtovereenkomst die zij heeft vernietigd. Vrijenban betwist de voeging wegens vermeende onredelijke vertraging, onvoldoende onderbouwing van het huwelijk en ongespecificeerde vordering.
De kantonrechter oordeelt dat de voeging tijdig is ingediend conform artikel 218 Rv Pro en geen onredelijke vertraging veroorzaakt. De vernietiging van de borgtocht wordt als een geldige buitengerechtelijke verklaring gezien. De echtgenote krijgt de gelegenheid haar huwelijk met gedaagde 1 te bewijzen, omdat dit relevant is voor haar bevoegdheid tot vernietiging op grond van artikel 1:89 BW Pro.
Verder is niet vereist dat zij kiest tussen voeging of tussenkomst, noch dat zij haar hoofdzaakvordering specificeert in de incidentele conclusie. Haar belang bij de procedure wordt voldoende gesteld, mede vanwege bescherming van de huwelijksgemeenschap. De kantonrechter wijst de vordering toe en stelt de zaak aan voor verdere bewijslevering en repliek, waarbij Vrijenban ook de gelegenheid krijgt te reageren op de conclusie van gedaagde 1.
Uitkomst: De echtgenote van gedaagde 1 wordt toegelaten tot voeging of tussenkomst in de hoofdzaak onder de voorwaarde dat zij haar huwelijk bewijst.