Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 september 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] (Duitsland), verzoeker
Procesverloop
26 december 2022 geen recht had op een WIA-uitkering.
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin de toekenning van de Ziektewet- en WIA-uitkeringen werd herzien en terugvordering werd gevorderd. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij een voorschot op de WIA-uitkering zou ontvangen.
Tijdens de zitting op 3 september 2025, waarbij verzoeker werd vertegenwoordigd en het UWV afwezig was, heeft de voorzieningenrechter beoordeeld of er sprake was van een spoedeisend belang. Dit is vereist om een voorlopige voorziening toe te kennen.
Hoewel verzoeker stelde geen inkomsten en geen financiële reserves te hebben en niet in staat te zijn te werken vanwege zijn gezondheid, heeft hij dit niet concreet onderbouwd met objectieve bewijsstukken zoals bankafschriften of een overzicht van zijn lasten.
De voorzieningenrechter concludeerde dat zonder objectief inzicht in de financiële situatie van verzoeker geen acute noodsituatie kon worden vastgesteld die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Verder werd opgemerkt dat een eerdere uitspraak van 31 juli 2025 de WIA-uitkering aan verzoeker had toegekend totdat op bezwaar was beslist, en dat verzoeker zich tot het UWV moet wenden indien deze uitspraak niet wordt nageleefd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een voorschot op de WIA-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.