Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
- de beschikking van 26 juni 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 15 juli 2025,
2.De feiten
€ 14.858,58 (waarvan € 5.684,07 rente).
3.Het verzoek
€ 3.010,46 plus de kosten van de procedure.
4.De beoordeling
- de omvang van de schuld en/of de achterstand;
- of een eventuele betalingsregeling goed is nagekomen;
- de reden voor (het ontstaan en voortbestaan van) de achterstand en de mate van verwijtbaarheid;
- de huidige financiële situatie van betrokkene (waaronder het inkomen) en als deze weer stabiel is: hoe lang al;
- of betrokkene andere schulden heeft;
- of sprake is geweest van ernstige (al dan niet structurele) wanbetaling;
- de omstandigheid dat betrokkene met de lening (bijvoorbeeld voor de koop van een woning) niet kan wachten tot de vijfjaarstermijn is verstreken (bijvoorbeeld vanwege gezins- en woonsituatie);
- het verstrijken van de tijd sinds het inlossen van de schuld.
€ 14.858,58 openstond. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Hoist toegelicht dat er nog steeds zo’n € 14.000,- openstaat. Het had dan ook op de weg van [verzoeker] gelegen om zijn stelling (verder) te onderbouwen. Nu hij dat niet heeft gedaan, gaat de rechtbank er voor de verdere beoordeling vanuit dat de vordering niet geheel is voldaan.