ECLI:NL:RBAMS:2025:6783
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks betalingspoging en evenredigheidsverweer
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam legde op 18 december 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan eiser, die hiertegen bezwaar maakte. Na afwijzing van het bezwaar stelde eiser beroep in bij de rechtbank Amsterdam.
Eiser voerde aan dat hij wel had geprobeerd te betalen en dat de naheffing onevenredig hoog was in verhouding tot de geringe parkeerbelasting van €0,60. De heffingsambtenaar stelde dat eiser verplicht was te betalen en dat het kenteken pas na de controle was aangemeld, waardoor de naheffing terecht was opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet heeft betaald op het moment van controle en dat niet is gebleken dat hij niet de gelegenheid had om te betalen. Alternatieve betaalmogelijkheden, zoals een parkeerautomaat, zijn niet benut. Omdat parkeerbelasting een objectieve belasting is, maakt het niet uit of er opzet was. De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en dat er geen ruimte is om de kosten te verlagen op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg het griffierecht niet terug. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M.A. van der Heijden op 16 september 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de naheffing blijft in stand.