ECLI:NL:RBAMS:2025:6818

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 september 2025
Publicatiedatum
16 september 2025
Zaaknummer
25/4248 en 25/4286
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning bewonersvergunning na afwijzing aanvraag door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam

In deze zaak heeft verzoeker een aanvraag ingediend voor een bewonersvergunning op een specifiek adres in Amsterdam. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft deze aanvraag op 7 november 2024 afgewezen. Na het indienen van bezwaar door verzoeker, heeft verweerder het bestreden besluit op 4 juli 2024 gehandhaafd, waardoor verzoeker genoodzaakt was beroep in te stellen en een voorlopige voorziening aan te vragen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 september 2025 behandeld, waarbij verweerder aanwezig was, maar verzoeker zich had afgemeld.

Tijdens de zitting heeft verweerder echter verklaard dat verzoeker alsnog een bewonersvergunning zou krijgen, wat leidde tot de beslissing van de voorzieningenrechter om het bestreden besluit te vernietigen. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat verzoeker in aanmerking moet worden gebracht voor de bewonersvergunning, zoals toegezegd door verweerder. Hierdoor is het beroep gegrond verklaard.

Aangezien de uitspraak op het beroep is gedaan, was er geen aanleiding meer voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft ook geoordeeld dat er geen proceskostenveroordeling nodig was, omdat verzoeker nog geen griffierecht had betaald. Verweerder is verplicht om het griffierecht aan verzoeker te vergoeden, mits verzoeker kan aantonen dat hij het griffierecht heeft voldaan. De uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, in aanwezigheid van mr. W.L. van der Pijl, en is openbaar uitgesproken op 15 september 2025.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 25/4248 (voorlopige voorziening) en AMS 25/4286 (beroep)
uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 september 2025 op het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaken tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker en eiser (hierna: verzoeker)

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een bewonersvergunning op [adres] in Amsterdam. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van
7 november 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 4 juli 2024 op het bezwaar van verzoeker is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: verweerder. Verzoeker heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op zitting heeft verweerder verklaard verzoeker alsnog een bewonersvergunning toe te kennen. Verweerder handhaaft het bestreden besluit dus niet.
3. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen en te bepalen dat verweerder verzoeker in aanmerking brengt voor een bewonersvergunning, zoals toegezegd op zitting. Het beroep is dus gegrond.
4. Nu met deze uitspraak op het beroep van eiser is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Verzoeker heeft nog geen griffierecht (2x € 194,-) betaald in beide zaken. De termijn van het vergoeden van het griffierecht was nog niet verstreken tijdens het sluiten van het onderzoek op zitting. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wijst de voorzieningenrechter af omdat verzoeker zijn verzoek niet heeft onderbouwd. Verweerder dient het griffierecht aan verzoeker te vergoeden in de zaak AMS 25/4286 (beroep) als verzoeker het griffierecht heeft voldaan. Verweerder kan verlangen van verzoeker dat hij aantoont dat hij het griffierecht heeft voldaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder verzoeker in aanmerking brengt voor een bewonersvergunning;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van 1 x € 194,-- aan verzoeker te vergoeden, tenzij verzoeker geen griffierecht heeft betaald.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.L. van der Pijl, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 september 2025.
de griffier is buiten
staat om te tekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen de uitspraak op het beroep kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open
.