Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
- tijdens het begaan van het bewezenverklaarde was bij verdachte sprake van een ziekelijke stoornis van de geestesvermogens;
- te bewezenverklaarde feiten zijn misdrijven waarop een gevangenisstraf van vier jaren of meer staat, dan wel worden genoemd in artikel 37a lid 1 sub 2 Sr;
- te veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen vereist oplegging van de maatregel.
gemaximeerdnu geen sprake is van veroordeling voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen in de zin van artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
9.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
10.Beslag
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
4 (vier) maanden.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
- dat de verdachte, indien de opheffing der schorsing mocht worden bevolen, zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis niet zal onttrekken;
- dat de verdachte, in het geval hij wegens een feit, waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, tot een andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken.
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.