De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk nalaten tijdig gegevens te verstrekken die van belang zijn voor het recht op een bijstandsuitkering in twee perioden: van 1 januari 2017 tot 18 januari 2021 en van 19 januari 2021 tot 30 juni 2022.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het eerste feit omdat onvoldoende bewijs was dat zij opzettelijk de inlichtingenplicht had geschonden of bewust had samengewerkt met een medeverdachte. Voor het tweede feit oordeelde de rechtbank dat verdachte wel schuldig was aan het niet melden van werkzaamheden en inkomsten uit een eigen bedrijf aan de gemeente, waardoor zij de sociale dienst benadeelde.
De rechtbank legde een taakstraf van 70 uur op, lager dan de eis van de officier van justitie, vanwege de minder bewezen feiten. Verdachte werd meerdere malen gewezen op haar meldingsplicht, maar heeft bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de gemeente niet volledig werd geïnformeerd. De straf weerspiegelt de ernst van het misbruik van het sociale zekerheidsstelsel.