ECLI:NL:RBAMS:2025:6992
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijstandsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker diende op 21 mei 2025 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering, die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam op 10 juni 2025 werd afgewezen wegens het niet verstrekken van gevraagde informatie en het niet verschijnen op uitnodigingen voor gesprekken. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 26 augustus 2025 en oordeelde dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed. In deze zaak was dat niet het geval omdat er geen sprake was van een onomkeerbare situatie of acute financiële nood.
Hoewel verzoeker financieel kwetsbaar is en tijdelijk bij zijn ouders woont zonder woonlasten, is gebleken dat hij wordt ondersteund door vrienden en familie, en dat dit vangnet niet dreigt weg te vallen. Hierdoor is geen sprake van spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter concludeert dat verzoeker de bezwaarprocedure kan afwachten zonder dat een voorlopige voorziening noodzakelijk is. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Deze uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.D. Belcheva op 9 september 2025 en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.