De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het EAB, in samenhang gelezen met de aanvullende informatie, genoegzaam is.
Aangezien voorgeleidingen voornamelijk op basis van het A-formulier gebeuren, is het logisch dat ervan uitgegaan werd dat het een executie-EAB betrof gezien de wijze waarop deze is ingevuld. In onderdeel b onder 1) van het EAB wordt als ‘
decision’ een ‘
arrest warrant of judicial decision having the same effect’ genoemd en onder b onder 2 bij ‘enforceable
judgment’ wordt niets vermeld. Hiermee is afdoende duidelijk dat het gaat om een vervolgings-EAB.
Ten aanzien van het nationaal aanhoudingsbevel verwijst de officier van justitie naar het arrest Bob-Dogi van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU).In dat arrest wordt naar voren gebracht dat het belang van het, van het EAB te onderscheiden nationaal aanhoudingsbevel ligt in de mogelijkheid om op nationaal niveau in de procedure te verschijnen zonder Europese uitvraag. Uit het nationaal aanhoudingsbevel van 18 december 2024 blijkt dat de opgeëiste persoon niet opgeroepen kon worden terwijl hij was geïnformeerd over de verplichting om adreswijzigingen door te geven. Daarbij kan in de informatie gelezen worden dat sprake is van een
provisional release, en dus een schorsing. Hieruit blijkt dat de opgeëiste persoon wel degelijk de mogelijkheid heeft gehad om aanwezig te zijn bij de procedure zonder dat gebruik wordt gemaakt van een EAB. Ten slotte is het volgens artikel 8, eerste lid en onder c, Kaderbesluit EAB niet vereist dat het nationaal aanhoudingsbevel voorafgaat aan het EAB.
De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Daarnaast moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW geformuleerde vereisten. Daartoe moet uit het EAB in ieder geval blijken of het gaat om de tenuitvoerlegging van een opgelegde vrijheidsstraf (een zogeheten executie-EAB) waarbij vermeld dient te worden bij welke uitspraak die straf is opgelegd, of dat sprake is van een onderzoek naar strafbare feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd (een zogeheten vervolgings-EAB). In dat laatste geval moet onder meer het onderliggende nationale aanhoudingsbevel van de opgeëiste persoon in het EAB vermeld zijn.
3.1.1Is er sprake van een vervolgings- of een executie-EAB?
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij brief van 7 januari 2025 het volgende medegedeeld:
“[…] Mr. [opgeëiste persoon] is required for processing purposes (not execution).”
Daarnaast blijkt uit de aanvullende informatie van 14 januari 2025 dat de maximale vrijheidsstraf voor het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht naar Spaans recht vier jaren is, en dat de officier van justitie een vrijheidsstraf van één jaar en negen maanden heeft geëist.
De rechtbank stelt op basis van onderdeel b) van het EAB en de aanvullende informatie vast dat de uitvaardigende justitiële autoriteit de overlevering verzoekt vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Spaans recht strafbaar feit dat is omschreven in het EAB. Op grond hiervan stelt de rechtbank vast sprake is van een vervolgings-EAB
Daarmee rijst de vraag naar de aanwezigheid en het tijdstip van het nationale aanhoudingsbevel.
3.1.2Is er sprake van een nationaal aanhoudingsbevel voorafgaand aan het EAB?
In het arrest Bob-Dogi heeft het HvJoverwogen dat naast een EAB eveneens een nationaal aanhoudingsbevel dient te zijn uitgevaardigd dat zich onderscheidt van het EAB. Bij gebrek aan een dergelijk voorafgaand nationaal aanhoudingsbevel dient de uitvoerende justitiële autoriteit geen gevolg te geven aan het EAB, op de grond dat dit niet voldoet aan de vereisten voor een regelmatig afgegeven bevel in artikel 8, lid 1, Kaderbesluit.
De rechtbank is van oordeel dat niet duidelijk is of voorafgaand aan het EAB sprake is geweest van een nationaal aanhoudingsbevel op grond van het volgende.
Uit onderdeel b onder 1) van het EAB lijkt naar voren te komen dat sprake is geweest van een nationaal aanhoudingsbevel gelet op de daarin opgenomen bewoordingen “
extending the national search and arrest warrant”en dat die beslissing is genomen voorafgaand aan de uitvaardiging van het EAB.
Het openbaar ministerie heeft vanaf 5 december 2024 meerdere vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit met als doel opheldering te krijgen over het bestaan van een nationaal aanhoudingsbevel dat ten grondslag ligt aan het EAB.
Op 9 december 2024 hebben de Spaanse autoriteiten de volgende reactie gestuurd:
“(…) If you are asking about national Order, I have to say that all European countries have the same European Warning Alert, that I sent previously.
But If you are asking for national, I have consulted to our Judge in Court House and I have no positive answer about that, agreeing about one European Order. (…)”
Bij mailbericht van 27 december 2024 hebben de Spaanse autoriteiten vervolgens laten weten dat “
after discussing with the prosecutor’s office, we decided makingNATIONAL ORDERsignedyou will see attached according to MR. [opgeëiste persoon]”, met als bijlage een ondertekend nationaal aanhoudingsbevel dat werd uitgevaardigd op 18 december 2024 door de
Alicante Provincial Court, Eleventh Section in Elche.
Gelet op het eerdergenoemde arrest Bob-Dogi van het HvJ EU en de informatie in het dossier, waaronder in onderdeel b onder 1) van het EAB, is het voor de rechtbank onvoldoende duidelijk geworden of sprake is geweest van een nationaal aanhoudingsbevel dat is gegeven voorafgaand aan de uitvaardiging van het EAB. De rechtbank zal daarom het onderzoek heropenen teneinde het openbaar ministerie in de gelegenheid te stellen de volgende vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit:
In onderdeel b onder 1) van het EAB wordt verwezen naar een “
judicial decision of25 July 2024 […],
extending the national search and arrest warrant”.Ziet deze
“national search and arrest warrant”op een nationaal aanhoudingsbevel dat toen – mondeling dan wel schriftelijk – is uitgevaardigd?
Zo ja,
a. Op welke datum is dit nationaal aanhoudingsbevel uitgevaardigd?
b. Is het nationaal aanhoudingsbevel mondeling of schriftelijk uitgevaardigd?
c. Door welke (rechterlijke) autoriteit is dit nationale aanhoudingsbevel uitgevaardigd?
3. Zo nee, is op enig ander moment
voorafgaandaan de uitvaardiging van het EAB sprake geweest van een nationaal aanhoudingsbevel?
4. Zo ja:
a. Op welke datum is dit nationaal aanhoudingsbevel uitgevaardigd?
b. Is het nationaal aanhoudingsbevel mondeling of schriftelijk uitgevaardigd?
c. Door welke (rechterlijke) autoriteit is dit nationale aanhoudingsbevel uitgevaardigd?