ECLI:NL:RBAMS:2025:7105
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag waterschapsbelasting en tariefverhoging
Eiser maakte bezwaar tegen een aanslag waterschapsbelasting over 2024, die hij onrechtmatig acht vanwege een tariefverhoging die volgens hem voortkomt uit interne problemen bij het waterschap en leidt tot dubbele heffingen. Verweerder verklaarde het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk, maar behandelde het ambtshalve inhoudelijk en handhaafde de aanslag.
De rechtbank stelt vast dat het bezwaar tijdig was ingediend en dat het gebrek in de ontvankelijkheidsverklaring kan worden gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro, omdat eiser niet is benadeeld. De rechtbank toetst vervolgens de rechtmatigheid van de tariefvaststelling en concludeert dat het algemeen bestuur van het waterschap binnen zijn beleidsvrijheid handelt en dat de verhoging noodzakelijk is vanwege investeringen en kostenstijgingen.
De vermeende dubbele stijging van de watersysteemheffing is volgens de rechtbank geen grond voor vernietiging, omdat de WOZ-waarde wettelijk wordt vastgesteld en niet door verweerder. Er is geen sprake van misbruik van bevoegdheid (détournement de pouvoir). Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar verweerder moet het griffierecht aan eiser vergoeden vanwege de onterechte niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag waterschapsbelasting wordt ongegrond verklaard; het bezwaar was wel tijdig ingediend en wordt inhoudelijk behandeld.