Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
[naam 3] komt niet, kijk even wat ik bij me heb, ga zitten, we gaan even goed met je praten”. Onder bedreiging van een vuurwapen moest aangever zijn telefoon afgeven en de bijbehorende toegangscode en de inloggegevens voor het gebruik van internetbankieren ter beschikking stellen. Onder dreiging van het vuurwapen moest hij van NN1 en NN2 meelopen naar een nabijgelegen woning aan [adres 2] . Daar werd hij enkele uren vastgehouden en vastgebonden met tie-wraps, waarbij hij afwisselend werd bewaakt door verschillende personen en het vuurwapen – zichtbaar voor aangever – telkens aan verschillende personen werd overgedragen. Ondertussen zag aangever dat de sleutels van zijn woning uit zijn tas werden gepakt. NN1 vertelde aangever dat ze in zijn woning waren geweest en vroeg aan aangever waar hij de sleutel van zijn kluis in de woning had verstopt. Ook viel het aangever op dat ze druk bezig waren met zijn telefoon en NN1 zei tegen hem dat ze bezig waren om het tijdslot van zijn bankapplicatie eraf te krijgen. Nadat NN1 had aangegeven dat ze gingen opbreken, is aangever door NN1 en twee andere mannen naar buiten begeleid, waarna zij zich met een taxi naar een andere woning, gelegen aan [adres 3] , begaven. Gedurende de taxirit had NN1 het vuurwapen in zijn jaszak en liet hij een berichtje aan aangever zien waarin stond dat hij zich rustig moest houden. De hele daaropvolgende dag en nacht heeft aangever in deze woning verbleven. Hoewel NN1 en de andere twee mannen inmiddels de woning hadden verlaten, werd aangever bewaakt door meerdere mensen die in en uit de woning liepen. Pas de volgende ochtend op 31 juli 2023 zag aangever, toen één van zijn bewakers even wegliep, kans om de woning te ontvluchten. Hij is vervolgens direct naar het politiebureau gerend, waar hij zich heeft gemeld en om hulp heeft gevraagd. Op dat moment was er al een totaalbedrag van € 23.452,07 van zijn bankrekeningen overgemaakt en opgenomen. Daarnaast zijn uit zijn woning een creditcard en een e-reader weggenomen.
Ja, dat is dus die [naam 1]”. Vervolgens heeft hij in zijn verhoor van 21 september 2023 in reactie op het tonen van de politiefoto van verdachte als volgt verklaard: “
Dat is [naam 1] , de [naam 1] die ik via [naam 4] heb leren kennen en dit met die blanke man in mijn woning is geweest. Ik ben bang hoor. Ik voel mij niet meer veilig in mijn woning.” De rechtbank vindt de herkenning door [medeverdachte 1] betrouwbaar, omdat hij ‘ [naam 1] ’ voorafgaand aan de gebeurtenissen al kende en ook op 30 juli 2023 urenlang heeft meegemaakt en dus goed heeft gezien en niet vluchtig. De omstandigheid dat [medeverdachte 1] zijn verklaring later bij de rechter-commissaris heeft ingetrokken maakt dit niet anders. [medeverdachte 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat de politie hem zou hebben gepusht, maar daarvoor zijn geen aanwijzingen. De rechtbank vindt het daarentegen aannemelijk dat [medeverdachte 1] zijn verklaring heeft ingetrokken uit angst voor verdachte, waarover hij in het verhoor van 21 september 2023 al had verklaard. De herkenning van verdachte door [medeverdachte 1] kan dan ook voor het bewijs worden gebruikt.
Wie is [naam 2] / [naam 1] ?” de still van NN1 aangewezen. Nadat hem de politiefoto van verdachte werd getoond en hem werd gevraagd “
Wie is dit?”, antwoordde [medeverdachte 2] : “
Dat is [naam 2]”. Ook deze herkenning vindt de rechtbank betrouwbaar, omdat [medeverdachte 2] [naam 1] al kende en hij zonder aarzeling met herkenning op de politiefoto van verdachte reageerde. De verdediging heeft terecht opgemerkt dat zij bij [medeverdachte 2] , die een belastende verklaring heeft afgelegd, geen gebruik heeft kunnen maken van haar ondervragingsrecht. De rechtbank volgt de verdediging echter niet in de stelling dat hierdoor de verklaring van [medeverdachte 2] niet voor het bewijs mag worden gebruikt. De verklaring van [medeverdachte 2] is immers niet het enige of doorslaggevende bewijsmiddel voor de identificatie van verdachte als NN1 en kan daarom dus voor het bewijs worden gebruikt.
4.Bewezenverklaring
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Beslag
9.Vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
36 (zesendertig) maanden.
- 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2023173119-G6398152, Geel, merk: Apple iPhone);
- 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2023173119-G6398154, Zwart, merk: Apple iPhone).
€ 26.074,18 (zesentwintigduizend vierenzeventig euro en achttien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 31 juli 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat uit
€ 16.074,18 (zestienduizend vierenzeventig euro en achttien eurocent)aan vergoeding van materiële schade en
€ 10.000,00 (tienduizend euro)aan vergoeding van immateriële schade.
niet-ontvankelijkin zijn vordering tot materiële schadevergoeding.
€ 26.074,18 (zesentwintigduizend vierenzeventig euro en achttien eurocent)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 31 juli 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, behalve voor zover de betaling al door of namens zijn mededaders is voldaan. Bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 165 dagen gijzeling. De toepassing van deze gijzeling heft de voornoemde betalingsverplichting niet op.