Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2016.
Rechtbank Amsterdam
De moeder verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind te beëindigen en het gezag aan haar toe te kennen, vanwege het niet nakomen van de zorgregeling door de vader en het ontbreken van contact sinds november 2023.
De rechtbank nam kennis van de feiten, waaronder de echtscheiding en eerdere zorgregelingen, en hield een mondelinge behandeling waarbij ook het kind zijn mening kon geven. De vader gaf aan het contact te missen maar moeite te hebben dit te onderhouden vanwege zijn werk en de houding van de moeder.
De rechtbank oordeelde dat niet was voldaan aan het criterium voor beëindiging van het gezamenlijk gezag, omdat de vader geen toestemming had geweigerd voor belangrijke opvoedbeslissingen en er onvoldoende reden was het gezag te wijzigen.
Wel werd vastgesteld dat het fysieke contact tussen vader en kind niet was nageleefd, maar partijen spraken een regeling af voor videobelcontacten op vrijdag en zondagavond, waarbij de vader het contact legt en de moeder niet op de achtergrond aanwezig mag zijn.
De rechtbank benadrukte het belang van contact met beide ouders voor de ontwikkeling van het kind en moedigde partijen aan hun spanningen op te lossen en eventueel mediation te overwegen.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag wordt afgewezen en een regeling voor videobelcontacten tussen vader en kind wordt vastgesteld.