ECLI:NL:RBAMS:2025:7223
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrouw moet woning verlaten na echtscheiding met redelijke ontruimingstermijn
De man is sinds 1994 eigenaar van de woning en de vrouw woonde daar samen met hem tijdens hun huwelijk. Na de echtscheiding, uitgesproken in januari 2025, verzocht de vrouw om voortgezet gebruik van de woning tot zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. De man vorderde ontruiming binnen drie dagen na het vonnis.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de situatie onhoudbaar was en dat een van de partijen de woning moest verlaten. De vrouw heeft geen eigendoms- of huurrecht op de woning en de man heeft sterkere rechten als eigenaar. De vrouw erkende dat zij de woning moest verlaten, maar vroeg om een redelijke termijn van drie maanden om vervangende woonruimte te vinden.
Na belangenafweging oordeelde de voorzieningenrechter dat een termijn van drie dagen te kort was, maar een maand redelijk is. De vrouw had pas half augustus 2025 actief naar een woning gezocht, terwijl zij al sinds het begin van de echtscheidingsprocedure op de hoogte was van de noodzaak te verhuizen. De spanningen in huis en de leeftijd van de man (81 jaar) speelden mee in de beslissing.
De vrouw werd veroordeeld de woning binnen 30 dagen te verlaten en een dwangsom opgelegd van €250 per dag bij niet-naleving, tot een maximum van €10.000. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vrouw moet de woning binnen 30 dagen verlaten onder dwangsom, met kostencompensatie tussen partijen.